Bestuur en Beleid Nederland Bevolkingsdaling Gezinsvorming en bevolkingsontwikkeling

Gezinsvorming en bevolkingsontwikkeling

door Peter Hovens (05-11-07)

Op 18 oktober 2007 nam prof. dr. C. de Hoog, hoogleraar Gezinssociologie aan de Universiteit van Wageningen afscheid met het uitspreken van de afscheidsrede Is het gezin op weg naar het einde? Hij beschrijft op heldere wijze de veranderingen die zich hebben voorgedaan met betrekking tot het gezin vanaf het begin van de vorige eeuw tot nu. De kiem van de belangrijkste veranderingen is volgens De Hoog eind jaren zestig gelegd. Het is vooral de rol van de vrouwen als moeder van het gezin die sterk verandert, mede onder invloed van de groeiende economie die leidt tot een grote vraag naar arbeidskrachten. Vrouwen treden - zij het voornamelijk in deeltijd - toe tot de arbeidsmarkt. De Hoog ziet een verder veranderende rol van vrouwen en moeders ook in de toekomst, waardoor de vraag bij hem opkomt in hoeverre het fenomeen ‘gezin’ zijn einde gaat beleven. Hij verwacht dat steeds meer vrouwen een hogere opleiding gaan volgen en een daarbij behorende carrière nastreven. Zij kiezen daardoor minder voor een gezinsleven met kinderen; in ieder geval stellen ze dat enige tijd uit. De Hoog ziet daarnaast nog een ander aspect, namelijk dat de toename van bewuste kinderloosheid ook wordt ingegeven door de keuze voor een ‘kennelijk begeerlijke levensstijl’.

De Hoog laat met zijn beschrijving van de gezinsontwikkeling in het verleden duidelijk zien dat de veranderingen die zich in de loop der tijd hebben voorgedaan altijd zijn begonnen bij de hoger opgeleiden. We maken nu mee dat de bewuste kinderloosheid zich vooral bij die groep manifesteert. Als de geschiedenis zich wederom herhaalt kunnen we verwachten dat deze trend ook door lager opgeleiden wordt opgepikt. Dit maakt De Hoog somber over de plaats van het gezin in onze samenleving in de toekomst. Hij put echter hoop uit de politieke keuze om een minister van Jeugd en Gezin te benoemen. Hij roept de politiek dan ook op om belemmeringen om het ouderschap te combineren met werk en inkomen weg te nemen en om eindelijk het taboe van bevolkingsbeleid te doorbreken.

Eerlijk gezegd lijkt me dat ijdele hoop. Het lukt niet om de veranderingen die zich hebben voorgedaan op het gebied van gezin en samenleving te verklaren vanuit bewuste politieke keuzes om sturend op te treden. De veranderingen hebben plaatsgevonden onder invloed van sociaal-culturele ontwikkelingen en door economische omstandigheden. Die zijn sterker dan welk politiek ingrijpen dan ook, tenzij gezinsvorming plaatsvindt onder toezicht van een militair met een wapen.

Zelfs als het taboe op het voeren van bevolkingspolitiek verdwijnt zijn er nog twee maatschappelijke veranderingen, die een herstel van het gezin zullen bemoeilijken. In de eerste plaats de structurele krapte op de arbeidsmarkt. Dit zal ertoe leiden dat iedereen die kan werken wordt gestimuleerd om betaalde arbeid te gaan verrichten. De arbeidsparticipatie zal ongetwijfeld toenemen. al zal dat niet spectaculair zijn. Vooral doordat meer vrouwen gaan werken die nu nog thuis onbetaald werkzaam zijn, gevoegd bij de ontwikkeling dat meer vrouwen die op dit moment in deeltijd werken extra uren gaan maken.

De tweede betekenisvolle ontwikkeling, is door Marlou van Hintum en Jan Latten beschreven in het boek Liefde à la Carte over de toekomst van relaties en gezinsvorming. De schrijvers verwachten dat de inhaalslag die vrouwen hebben gemaakt met betrekking tot hun opleidingsniveau verder doorgetrokken wordt. We zien nu al dat meisjes sneller afstuderen en hogere cijfers halen dan jongens. Vrouwen zullen hun mannelijke collega’s ongetwijfeld gaan overvleugelen. Ook de achterstand in beloning zal daarmee eindigen en in het voordeel van vrouwen omslaan. Als De Hoog gelijk krijgt met zijn voorspelling dat de ‘kennelijk begeerlijke levensstijl’ de nieuwe toekomst wordt, dan zijn het vooral de vrouwen die hun financiële inbreng hiervoor leveren. Als er dan toch nog gezinnen met kinderen worden gesticht zullen de mannen de rol op zich moeten nemen om de kinderen op te voeden en het huishouden te bestieren. Uitzonderingen daargelaten, kunnen mannen dat niet. Koppels zullen er dan eerder voor kiezen om bewust kinderloos te blijven. Het gevolg hiervan is dat er steeds minder kinderen worden geboren, een bevestiging van de al enige tijd geldende prognose dat we in ook Nederland te maken krijgen met een structurele bevolkingsdaling. De omslag van bevolkingsgroei naar een krimpende bevolkingsomvang die nu door het CBS wordt voorspeld voor het jaar 2035 zal op grond van bovenstaande bespiegelingen wel eens eerder kunnen plaatsvinden.