Bestuur en Beleid Nederland Commentaar op actualiteit Spong op de bank bij Zwagerman

Spong op de bank bij Zwagerman

Door Theo Para (februari 2009)

In zijn verongelijkte column van 7/8 februari 2009 in het NRC Handelsblad neemt Joost Zwagerman, Gerard Spong moreel de maat. Spong lijdt volgens onze zelfbenoemde diagnosticus aan ‘een bijna karikaturale gespletenheid’, die de classificatie ‘morele schizofrenie’ meekrijgt. Zwagerman ziet in de kwestie van de vervolging van Wilders, een morele tegenstrijdigheid tussen een artikel van Spong in het Algemeen Dagblad (AD) van 10 augustus 2007 en diens actuele stellingname als advocaat.

In het AD-artikel hekelt Spong ‘de zegen van de Nederlandse rechter’ voor ‘de homofobe haatzaaiende islampreken’. Hij spreekt van ‘deze walgelijk discriminerende rechtspraak’. In die context noemt hij het tegelijkertijd wel strafrechtelijk willen vergelden van ‘de eerste beste anti-Koran-scheet’ van Wilders (Koran = Mein Kampf) ‘meten met twee maten’. Vele beledigende uitspraken van Wilders verder, bewerkstelligde Spong onlangs als advocaat een gerechtelijk bevel tot vervolging van PVV-voorman Wilders voor haatzaaien en discriminatie. Hij onderbouwde zijn eis met het gedocumenteerd tonen van het discriminerende karakter van de anti-moslim hetze van Wilders, terwijl hij ook aangaf hoe de vergelijkingen als die van de Koran met Hitler’s Mein Kampf pasten binnen het demoniseren van een bepaalde bevolkingsgroep . Overigens zei H.J.A. Hofland op 11 februari 2009 in zijn column in deze krant over de houding van Wilders het volgende: ‘Hij hamert op de moslims die hij een dodelijk gevaar voor het vaderland acht..’. De idee dat Wilders de islam als ‘ideologie’ en niet de ‘moslim-kolonisten’ als groep stigmatiseert en aanvalt, valt in de categorie pseudo-legalistische desinformatie. Voor een beetje schrijver zou de ironie en het verschil tussen latente inhoud en letterlijke tekst in het artikel van Spong herkenbaar moeten zijn. De mening van publicist Spong lijkt mij helder: hij is voor strafrechtelijke vergelding van zowel homofobe haatzaaiende islampreken als discriminerende politieke agitatie tegen moslims, hij hekelt rechtspraak die discriminatie vrijspel geeft. Maar Zwagerman weigert begrijpend te lezen, of beter gezegd, zijn lezer het begrijpend lezen mogelijk te maken. Want na letterlijk citeren van Spong’s krantenartikel schrijft hij: ‘Was getekend meester Gerard Spong’. Hij zet daarmee zijn lezer op een verkeerd been door met ‘meester’ de indruk te wekken dat Spong in zijn rol als advocaat aan het woord is. Zwagerman onthoudt zijn lezer de essentiële informatie dat het bij het AD-artikel ging om een column, getekend door columnist Gerard Spong. Het is niet zomaar een verschrijving. Mores van columnist en advocaat verschillen. Staat of valt de een bij de geloofwaardigheid en stijl van zijn persoonlijk geuite mening, de ander laat zich leiden door de wet en de belangen van zijn cliënt. We lezen de column of het pleidooi van de advocaat in zekere zin met een ander oog. Zwagerman onthield zijn lezer het zicht op dat verschil in tekstuele context, kennelijk ingegeven door zijn schele strategie, om via het moreel discrediteren van de boodschapper, diens boodschap te ontkrachten. Daarmee demonstreerde hij een diagnostisch instrumentarium dat validiteit en betrouwbaarheid mist. Dat onze ‘psychiater’ - die niet verzaakt pontificaal de vlag van de vrije meningsuiting voor de autoritaire etno-populist Wilders te zwaaien - in zijn kwakzalverige column zwijgt over het recht op vrije meningsuiting van de nu, om zijn juridische opvatting, door Wilders-aanhangers ernstig bedreigde mens Spong, lees ik als moralistische asymmetrie, anders gezegd, als ideologie vermomd als moraliteit.