Bestuur en Beleid Nederland Commentaar op actualiteit Knettergek en het Reglement van Orde 1

Knettergek en het Reglement van Orde 1

door Leo Klinkers (10-09-2007) 

In het eerste Kamerdebat na het zomerreces op 6 september 2007 vond op verzoek van het Kamerlid Geert Wilders (PVV) een debat plaats over eerdere uitspraken van Ella Vogelaar, minister voor Wonen, Wijken en Integratie. De minister had in een interview met Trouw in juli gezegd: "De islam is één van de grote godsdienstige stromingen in Nederland, moslims zullen hier niet meer weggaan. Er zullen eerder meer moslims bijkomen. Ik wil helpen dat ze zich hier thuis voelen, islam en moslims moeten zich hier kunnen wortelen".

In het debat wendde Wilders zich rechtstreeks tot de minister met de woorden:  “U bent knettergek”. Niet: “Dat is knettergek” of “De idee als zodanig is knettergek”, nee “U bent knettergek”. Hij herhaalde dat enkele malen, waardoor er – mede door zijn lichaamstaal –  geen misverstand kon bestaan over zijn bedoelingen: de minister in het plenum van de Kamer schofferen.

De Kamervoorzitter greep niet in. Waarom niet? Een lid van de Tweede Kamer hoort te spreken via de voorzitter, en wendt zich niet rechtstreeks tot degene voor wie de boodschap bestemd is. Voorts bevat het Reglement van Orde op het punt van beledigende uitspraken de volgende artikelen:

Artikel 58. Waarschuwing; terugneming van woorden
1. Indien een spreker van het onderwerp in beraadslaging afwijkt, roept de Voorzitter hem tot de behandeling van het onderwerp terug.
2. Indien een lid of een minister beledigende uitdrukkingen gebruikt, de orde verstoort, zijn plicht tot geheimhouding schendt of instemming betuigt met dan wel aanspoort tot onwettige handelingen, wordt hij door de Voorzitter vermaand en in de gelegenheid gesteld de woorden die tot de waarschuwing aanleiding hebben gegeven, terug te nemen.

Artikel 59. Ontneming van het woord
1. Wanneer een spreker van de gelegenheid, bedoeld in artikel 58, tweede lid, geen gebruik maakt dan wel voortgaat van het onderwerp af te wijken, beledigende uitdrukkingen te gebruiken, de orde te verstoren, zijn plicht tot geheimhouding te schenden of instemming te betuigen met dan wel aan te sporen tot onwettige handelingen, kan de Voorzitter hem
het woord ontnemen.
2. In de vergadering waarin een lid het woord is ontnomen, mag dat lid niet meer aan de beraadslaging over het in behandeling zijnde onderwerp deelnemen.

Artikel 60. Artikel 60. Uitsluiting van de vergadering
De Voorzitter kan een spreker op wie artikel 59 is toegepast en ieder ander lid dat zich schuldig maakt aan gedragingen als in dat artikel zijn bedoeld, uitsluiten van de verdere bijwoning van de vergadering op de dag waarop de uitsluiting plaats heeft.

Niet alleen de voorzitter van de Kamer greep niet in, ook de minister-president, voorzitter van de ministerraad, kwam niet onmiddellijk in actie. Het kabinet handelt sinds jaar en dag onder het adagium van eenheid van beleid. Het beleid van minister Vogelaar is kabinetsbeleid. Wilders beledigde niet alleen de minister maar het gehele kabinet. En dat binnen de muren van de institutie die Tweede Kamer heet. De minister-president had de voorzitter moeten verzoeken het Kamerlid Wilders te corrigeren. Als dat zou zijn achterwege gebleven had hij met de aanwezige leden van het kabinet het plenum dienen te verlaten, totdat de voorzitter orde op zaken zou hebben gesteld.

Waarom gebeurde dat niet? Waarom volstond de Kamer met het afwijzen van de motie Wilders waarin het aftreden van de minister werd gevraagd? De waardigheid en daarmee de waarde van de Tweede Kamer als primaire institutie van ons constitutionele bestel is hier in het geding. Waarom lieten de eerste burger en de eerste minister dit passeren?