Competenties voorzitter DNA

door Leo Klinkers (6 februari 2008)

De Surinaamse Nationale Assemblee (DNA) van 51 leden vervult dezelfde rol als de Tweede Kamer in Nederland. De groei naar een souvereine natiestaat gaat echter niet zonder horten en stoten. Letterlijk vonden enkele stoten  plaats op 13 december 2007 toen de voorzitter van de DNA op de vuist ging met een lid van het parlement. De beelden daarvan zijn de hele wereld overgegaan. Zonder een oordeel te hebben over deze gang van zaken heeft mijn gewaardeerde collega Humphrey Bendt, vooraanstaand schrijver over staatkundige, politieke en ambtelijke aangelegenheden, op verzoek van het Dagblad Suriname zijn visie gegeven over de competenties waarover een voorzitter van de DNA zou moeten beschikken. Dat artikel staat hieronder.

Over welke kwaliteiten moet een DNA-voorzitter beschikken?
Interview, door Santi Sieuw, met Humphrey Bendt, directeur Bendt Training & Consultancy te Paramaribo, gepubliceerd in het Dagblad Suriname van 22 december 2007.
We legden deze vraag voor aan de organisatiedeskundige Humphrey Bendt Msc. Hij reageerde als volgt.

Deze vraag ga ik technisch beantwoorden. Daar mee bedoel ik dat ik op een zakelijke manier kijk naar de functie. Het zegt niets over de persoon die de functie momenteel bekleedt. Als men mij zou vragen om een competentieprofiel op te stellen van een functionaris op dat niveau dan zou ik als belangrijkste vereiste stellen dat de persoon over een denkniveau moet beschikken op HBO- of academisch niveau. Hij moet over cognitieve vaardigheden beschikken waardoor hij analytisch, logisch, probleemoplossend kan denken en redeneren. Hij moet over voldoende algemene ontwikkeling beschikken, waardoor hij nationale en internationale politieke en maatschappelijke vraagstukken kan bekijken vanuit een helikopterview.

Een voorzitter van een parlement moet kennis hebben van zaken zoals parlementaire procedures, basis juridische kennis staatsinrichting en economische kennis. Hij moet over goede communicatieve vaardigheden beschikken; dwz dat hij goed moet kunnen luisteren, samenvatten, zich mondeling zowel schriftelijk goed kunnen uitdrukken. Hij moet de Nederlandse, Engelse taal en het Sranangtongo machtig zijn. De voorzitter moet namelijk ons land nationaal en internationaal kunnen uitdragen en kunnen communiceren met personen op regeringsniveau. Verder moet de persoon over leiderschapskwaliteiten beschikken. Hij moet leiding geven aan de assemblee als organisatie. Hij moet over managementvaardigheden beschikken zoals plannen, organiseren, leidinggeven, probleemoplossen, conflicthantering enz.

Onnodig te zeggen dat hij over sociale vaardigheden moet beschikken om met diversiteiten en andersdenkenden om te gaan.  Samenwerking houdt in handelen vanuit de wil deel uit te maken van een groep die als team gemeenschappelijke acties en doelstellingen nastreeft, waarbij het groepsbelang primeert op het individuele belang.

Hij moet bovenal emotioneel intelligent zijn. Emotionele intelligentie verwijst naar de capaciteit om je eigen gevoelens en die van anderen te herkennen, om onszelf en anderen te motiveren en om goed om te gaan met eigen emoties en emoties van anderen.  In een parlement als dat van ons is het belangrijk dat de voorzitter emotioneel bewust is in het herkennen van emoties en hun effecten. Hij moet weten welke emoties mensen voelen en waarom de verbindingen tussen hun gevoelens en wat ze denken, doen en zeggen zich voltrekken. De voorzitter moet maatschappelijk bewust zijn. Dat is het inleven in de wereld van anderen en tonen tot dat men deze begrepen heeft en er rekening mee kan houden. Vooral in onze multi-etnische samenleving zijn. Hij moet boven partijen staan.”

Bendt noemt verder diverse competenties voor de voorzitter op zoals teamleiderschap: dat is sturen en ontwikkelen van een heterogeen team met uiteenlopende belangen, doelstellingen en ambities om te verzekeren dat de groepswerking niet in het gedrang komt en een focus heeft op het vooropgestelde doel. 

Tot slot zegt Bendt dat de voorzitter over de navolgende competenties moet beschikken op het gebied van persoonlijke effectiviteit namelijk integriteit, resultaatgerichtheid en flexibiliteit. “Ik noem integriteit als laatste, maar het is de belangrijkste competentie. Integriteit is de persoonlijke eigenschap, karaktereigenschap, van een individu wat inhoudt dat de persoon eerlijk, oprecht en betrouwbaar is. De persoon moet beschikken over een intrinsieke betrouwbaarheid. Hij moet zeggen wat hij doet, en doen wat hij zegt. Integriteit staat voor rechtschapenheid, onomkoopbaarheid en ongeschondenheid. Het verwijst met andere woorden naar iets dat, of iemand die, onbesmet, onaangetast en ongekreukt is. Wie niet over deze eigenschappen, kwaliteiten en competenties beschikt moet maar voor een andere functie solliciteren”, aldus de verhelderende visie die de organisatiedeskundige heeft over de competenties van een parlementsvoorzitter.