Staatkundige beschouwingen Vlaanderen Reactie op artikelen BHV

Reactie op artikelen BHV

Reactie van Herbert Tombeur

Ik vind uw uiteenzetting van de context en dit actuele beleidsonderwerp bij uitstek in België schitterend. Naar mijn mening raakt uw uitspraak over het respectieve gedrag en het basisdenken van de twee gemeenschappen (cf. de laatste alinea van de paragraaf met de titel 'De Valkuil') het cruciale aspect aan van de aard van de politieke relaties tussen beide. Dit geldt niet enkel voor dit politieke agendapunt, maar voor alle andere beleidsthema's, tot en met de richting waarin de Belgische instellingen zullen evolueren.

Dé vraag die ik mij nu stel is de volgende: gaat de groepspsychologie en vandaar het groepsgedrag tussen de politieke vertegenwoordigers van de gemeenschappen zich wijzigen of niet? Een relatie is een interactie. Het ene gedrag speelt op het andere in en vice versa. Nog steeds gedraagt de Franstalige minderheid in België zich op politiek vlak als een meerderheid, als de dominerende groep, wat zij ook effectief, in alle opzichten, gedurende meer dan anderhalve eeuw is geweest. De Vlaamse meerderheid gedraagt zich als een minderheid, als een gedomineerde groep. Nog steeds, hoewel zij al een eeuw een culturele uitstraling heeft en sinds WO II economisch de sterkste pijler van België is. Het voornaamste bewijs voor dit hardnekkige inferioriteitsgedrag vind ik in de Vlaamse benadering van beleid realiseren, zowel institutioneel als in andere beleidsdomeinen, vanuit een legendarische compromisbereidheid, niet vanuit een confrontatiepositie. Welnu, de Vlaamse meerderheid kan in dit geval haar wil eenzijdig opleggen - de Belgische Grondwet bepaalt sinds 1970 in vele gevallen een zgn. bijzondere, dwz. een gekwalificeerde meerderheid voor institutionele aangelegenheden: de splitsing van de kieskring BHV kan zij rechtens afdwingen met een gewone meerderheid in het federale Parlement. Dit zou een confrontatie met de Franstaligen betekenen, zonder weerga. Dit zou tevens een politiek signaal van formaat zijn dat de Franstaligen meteen zullen begrijpen: de Vlaamse meerderheid is solidair en kan haar wil opleggen. Het Waalse en het Brusselse gevoel én belang zijn zo verweven met het Belgische staatsverband, dat de Frantalige partijen hierop met inferioriteit zullen reageren.

Ik kijk uit naar wat er de komende uren, dagen en weken gaat gebeuren: ofwel streven de Vlaamse onderhandelaars voor BHV een klassiek compromis na, met de gebruikelijke toegevingen op andere thema's etc., die de houding als gedomineerde partij opnieuw bevestigt, ofwel gaan zij de confrontatie aan en geven ze blijk van dominant gedrag. Ofwel blijft het dominantiegedrag met alfastatus uitgaan van de Waals-Brusselse gemeenschap, ofwel gaat ze over op de Vlaamse gemeenschap. Een andere, daarmee complementaire, onderdanige houding van gedomineerde partij aan Franstalige kant, is meer dan waarschijnlijk het gevolg. Ik ben benieuwd of BHV het kantelmoment wordt of niet.

mr. Herbert G. Tombeur, Antwerpen
________________________________________