Staatkundige beschouwingen Vlaanderen Brussel-Halle-Vilvoorde (2)

Brussel-Halle-Vilvoorde (2)

door Leo Klinkers (3 februari 2008)

Na enkele mislukte kabinetsformaties in 2007 is de voorlopige oplossing van de problematiek Brussel-Halle-Vilvoorde gevonden in het verzoek (eind 2007) van Koning Albert II aan de vigerende premier, Guy Verhofstadt, om met een kabinet, enigszins aangepast aan de uitslag van de verkiezingen in juni 2007, een aantal maanden door te regeren en intussen de voorbereidingen tot nieuwe constitutionele hervormingen op de rails te zetten. Terwijl die hervormingen worden voorbereid in het zogeheten Octopusoverleg, regeert het derde kabinet Verhofstadt door tot 23 maart 2008. Hierbij moet worden vermeld dat in het najaar van 2007 het federale parlement eenzijdig heeft besloten, dus tegen de wil van de Franstalige partijen, dat B+H+V hoe dan ook gesplitst zullen gaan worden. Met dit politieke mandaat, of zo men wil dictaat, is premier Verhofstadt zijn werk begonnen. Inmiddels heeft hij in een Verslag van 7 januari 2008 aan de Koning zijn ideeën over de grondslagen van een nieuwe, zesde (het Verslag spreekt abusievelijk over vijfde) staatshervorming sinds 1970, kenbaar gemaakt.

In algemene zin bevat het voorstellen om bepaalde federale bevoegdheden over te dragen aan de deelstaten, dus versterking van het systeem van de deelstaten als zodanig. Maar daar staat tegenover dat hij ook voorstelt om bevoegdheden, waarvan de praktijk heeft uitgewezen dat die toch beter niet op het niveau van de deelstaten kunnen liggen, weer te centraliseren op het federale niveau. Ook doet hij voorstellen over een aanpassing van de financieringsregelingen tussen centraal en decentraal, met als kern een grotere financiële verantwoordelijkheid voor de deelstaten, inclusief een ruimere fiscale zelfstandigheid.

Opzienbarend is het idee om naast de bestaande provinciale kieskringen een federale kieskring in te voeren. Dat houdt in dat de Belgen ook een ‘landelijke stem’ stem, de taalgrens overstijgend, zouden kunnen gaan uitbrengen. Nu kan men uitsluitend binnen zijn eigen deelstaat kiezen, waardoor de volksvertegenwoordiging in wezen geen landsdekkende democratische legitimatie heeft. Het idee is om naast de 150 zetels conform het huidige kiessysteem een 33tal zetels toe te voegen vanuit een federale, zeg het gehele land omvattende, kieskring. Bij verkiezingen zou men dan een dubbele stem kunnen uitbrengen: een op een kandidaat van de provinciale lijst waar men woont en een voor een kandidaat uit de lijst van de federale kieskring die het hele land bestrijkt.

Uiteraard gaat Verhofstadt niet voorbij aan Brussel-Halle-Vilvoorde. Gelet op de complexiteit van die problematiek is zijn voorstel ook tamelijk ingewikkeld. Het komt neer op een combinatie van een viertal zaken: de oprichting van drie provinciale kieskringen waarbij zij die in Vlaams-Brabant wonen het recht krijgen om te stemmen op lijsten van Brussel- Hoofdstad; de inrichting van de al genoemde federale kieskring; de uitbouw van een stadsgewest in en rond Brussel; het sluiten van een samenwerkingsakkoord (ten behoeve van de zes randgemeenten) over zaken als Franstalig lager onderwijs, vorming, sport, jeugd, bibliotheken en mediatheken.

Andere zaken uit het Verslag van de premier van 7 januari 2008 laat ik verder onbesproken. In hoeverre dit document maatgevend zal zijn voor de uitkomsten van het Octopusoverleg zal de geschiedenis ons leren.
Zie ook Brussel-Halle-Vilvoorde (1).