Nationale Conventie

door Leo Klinkers

De Nationale Conventie in vogelvlucht
Bij besluit van 22 december 2005 stelde de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, Alexander Pechtold, namens het kabinet de Nationale Conventie in (Staatscourant 2005, nr. 251). In artikel 2 van dat instellingsbesluit gaf hij de Conventie, bestaande uit veertien leden, de volgende opdracht mee:

"De Nationale Conventie heeft tot taak voorstellen te doen voor de inrichting van het nationaal politiek bestel die kunnen bijdragen aan herstel van vertrouwen tussen burger en politiek en mede ten grondslag kunnen liggen aan de constitutie voor de eenentwintigste eeuw. Zij besteedt daarbij in ieder geval aandacht aan:
a. het stelsel van het evenwicht van machten op nationaal niveau en betrekken daarin de positie van de Eerste Kamer en Raad van State in samenhang met het vraagstuk van toetsing van wetten aan de Grondwet;
b. de vraag of inrichting en bevoegdheden van de Nederlandse staatsinstellingen voldoende zijn toegesneden op de internationale omgeving waarin Nederland functioneert, in het bijzonder de Europese;
c. de positie en toekomst van de representatieve democratie;
d. de positie van de Grondwet in de samenleving en de wijze waarop de Grondwet kan worden veranderd."

De Nationale Conventie begon, onder voorzitterschap van mr. R.J. Hoekstra (Raad van State) haar taak begin februari 2006, onder de politieke verantwoordelijkheid van minister Pechtold. Zij bracht op 6 oktober 2006 haar rapport uit aan minister Nicolai.

Het rapport bevat ruim veertig aanbevelingen, verdeeld over de volgende terreinen: ruimte voor een actieve samenleving, versterking van de representatieve democratie, betekenis van de Grondwet in de samenleving en Europa in Nederland. Door alle aanbevelingen heen blijkt de nadruk te liggen op het tweede terrein, de versterking van de representatieve democratie.

In het Regeerakkoord van februari 2007 is de strekking van een drietal aanbevelingen overgenomen, te weten:

• een voorstel tot herziening van de Grondwet; zie hiervoor Staatscommissie Herziening Grondwet;
• het instellen van maatschappelijke stage voor jongeren;
• meer aandacht schenken aan eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid van burgers in de vorm van een handvest voor burgerplichten.

Aan het eindrapport is een viertal deelrapporten toegevoegd, voorstudies van leden die als onderlegger fungeerden voor diverse aanbevelingen van het eindrapport. De leden Zoethout, Kuiper, Ramadan, en Sap brachten een deelrapport uit over de positie van de Grondwet in de samenleving. De leden Pijpers, Sap en Kuiper schreven een deelrapport over de aansluiting van de Europese besluitvorming op de nationale besluitvorming. De leden Ankersmit, Klinkers en Van Baalen kwamen met een deelrapport over de verhouding regering-parlement. En het lid Klinkers kwam met een eigen deelrapport over het functioneren van de volksvertegenwoordiging.

De Nationale Conventie werd bijgestaan door een projectgroep van elf personen (zie Eindrapport, bijlage III), door een dertigtal adviseurs (bijlage II), vergaderde in openbaarheid en stond via een website in interactief contact met de samenleving. Tijdens de werkzaamheden van de Nationale Conventie verscheen een groot aantal publicaties in dag- en vakbladen over de gedachteontwikkeling binnen de Conventie, en het commentaar daarop. De oogst van die meningsvorming is vastgelegd in knipselkranten.

Reacties van kabinet en parlement op het Eindrapport

Reactie kabinet
Bij brief van 4 december 2007, dus ruim een jaar na het verschijnen van het eindrapport van de Nationale Conventie, stuurde het kabinet zijn reactie op dat rapport. Zowel binnen als buiten de Conventie is verdeeld gereageerd op de diepgang van de opvattingen van het kabinet. De een zegt dat het eindrapport netjes in mineur is afgeserveerd. De ander is blij met de komst van een Staatscommissie die de Grondwet opnieuw gaat bekijken, de creatie van een handvest Burgerschap en de introductie van de Maatschappelijke Stage. Persoonlijk acht ik oogst erg mager. Niet alleen omdat slechts een handvol van de veertig adviezen(die toch al niet hemelbestormend waren) is geadresseerd, maar ook omdat het kabinet op de eerste pagina van de brief laat weten: "De Conventie doet ook enkele aanbevelingen die het interne functioneren van uw Kamer betreffen. Het is niet aan het kabinet hierover een oordeel uit te spreken. Uw Kamer heeft inmiddels besloten tot een parlementaire zelfreflectie. Naar de uitkomsten daarvan ziet het kabinet met belangstelling uit. En het gaat daarover te zijnder tijd ook graag het gesprek aan met uw Kamer."

Deze passage is daarom teleurstellend omdat in de taakopdracht uitdrukkelijk was gevraagd om een oordeel uit te spreken over de positie en toekomst van de representatieve democratie. De Nationale Conventie stelde tot dat doel een werkgroep in die zich specifiek bezighield met de relatie tussen kabinet en parlement als een van de factoren die storingen in de representatieve democratie zichtbaar maakten. Met name gelegen in de werkwijze en functionering van de Tweede Kamer zelf. Zich verschuilend achter een stilzwijgend staatsrechtelijk adagium dat het kabinet geen uitspraken doet over het functioneren van het parlement, kon het zich veroorloven op te merken dat gewacht zou moeten worden op de uitkomsten van de Commissie Zelfreflectie van de TK. Een commissie die haar ontstaan dankt aan de motie Schinkelshoek. Waarbij zij aangetekend dat Jan Schinkelshoek ook een van de leden van de Nationale Conventie was voordat hij toetrad tot de CDA-fractie in de Kamer. Als die commissie een keer rapporteert is het overigens de vraag of het kabinet dan wel durft mee te praten over het functioneren van de Tweede Kamer.

Reactie Tweede Kamer
In een Algemeen Overleg sprak een subcommissie van de Commissie voor BZK van de Tweede Kamer op 5 maart 2008 over de reactie van het kabinet. Tja, wat valt daarover op te merken? In een uurtje ventileerden ongeveer tien Kamerleden in een sneltreinvaart hun opvattingen, de minister antwoordde in een half uur, daarna nog ruim een kwartier wat reacties van de commissieleden, en toen kon iedereen weer gewoon aan het werk. En daar hebben veertien leden van de Nationale Conventie, samen met een dertigtal adviseurs en vele tientallen andere experts zo'n negen maanden zich voor in het zweet gewerkt. Een droeve vertoning.