KPPC Wie is KPPC? Onze gedragscode

Onze gedragscode

In de loop der jaren hebben we geleerd dat ook voor overheidsadviseurs regels gelden waarbinnen zij hun vak horen uit te oefenen. Het gaat dan om iets meer dan met twee woorden spreken en weten in welke hand je de vork moet houden. De regels pretenderen het begrippenkader te zijn van een savoir de procéder, een deontologie of gedragscode, opgeslagen in het verstand en in het gevoel van een goed adviseur.

Dit soort regels achten we noodzakelijk als tegenwicht tegen de invloed die adviseurs hebben op politieke besluitvorming. Het is voldoende om te beseffen dat adviseurs macht en invloed hebben en dat een democratisch land er verstandig aan doet om mechanismen van checks and balances in te bouwen, zonder te vervallen in onnodige bureaucratisering of regulering. Overheidsadviseurs kunnen geen verantwoording afleggen, anders dan door de vereiste kwaliteit te leveren, of door ontheven te worden van hun opdracht, al dan niet onder betaling van een vergoeding voor de schade die ze mogelijk hebben aangericht. Daarom vormen gedragsregels voor ons het ethische fundament van het vak van overheidsadviseur.

Iemand bracht Leo op het idee om de gedragsregels die ik hanteer te beschouwen als een wet: de wet van Klinkers. Daarover nadenkend kwam hij tot de conclusie dat het zo gek nog niet is om de regels in de vorm van een wet te presenteren, vooral vanwege de considerans, de overweging die de ziel, de grondslag van een wet vormt. In de mêlee van de op hol geslagen wetgevingsproductie van de afgelopen twintig jaar komt de considerans er steeds bekaaider van af. Er staat tegenwoordig niks meer in wat tot nadenken stemt, laat staan dat de considerans nog duidelijk aangeeft tot welk doel de wet wordt voorgesteld. Het is een holle frase geworden waar Hare Majesteit, het is per slot van rekening haar tekst, nodig eens een punt van moet maken.

Wet van Klinkers

Considerans

Ik Leo Klinkers, adviseur van diverse overheden, enz. enz. enz.

Aan allen die het aangaat:
Overwegende,

dat externe overheidsadviseurs veel invloed hebben op politieke besluitvormingsprocessen;

dat zij voor die invloed, en voor de gevolgen daarvan, niet politiek ter verantwoording kunnen worden geroepen;

Zo is het dat ik, na vallen en opstaan en het raadplegen van wijze mensen, van mening ben dat externe overheidsadviseurs zich dienen te gedragen volgens de artikelen:

I. Om te beginnen ...

1.      Een adviseur is een goed adviseur als hij goed luistert naar andere adviseurs.

II. Een goed adviseur is integer

2.      Een goed adviseur is onder alle omstandigheden onafhankelijk.

3.      Een goed adviseur weet dat elk bestuurlijk probleem een gat in de markt is, maar maakt daar nooit misbruik van.

4.      Een goed adviseur werkt achter de schermen en buiten de publiciteit.

5.      Een goed adviseur stelt de zaken nooit anders voor dan ze volgens hem zijn.

III. Een goed adviseur is kritisch op zichzelf

6.      Een goed adviseur stelt zich dagelijks de vraag: "Sprak ik toen er van mij werd verwacht kon worden dat ik sprak? Handelde ik toen er van mij verwacht kon worden dat ik handelde"?

7.      Een goed adviseur brengt steeds zijn uiterlijke verschijning in balans met zijn innerlijke beschaving. Hij weet: "Wie zich als een schlemiel gedraagt wordt als een schlemiel behandeld".

8.      Een goed adviseur is trots op wat hij bereikt, mag ook in een dure auto rijden, maar is daarin minder demonstratief.

IV. Een goed adviseur heeft zijn principes

9.      Een goed adviseur kent slechts twee soorten tijd: kwaliteit en draagtijd.

10.  Een goed adviseur kent maar één belang en dat is het doen slagen van de opdracht.

11.  Een goed adviseur hoeft geen bevoegdheden. Hij neemt ze wanneer hij dat zelf nodig acht.

12.  Een goed adviseur kiest voor het belang van de zaak als hij moet kiezen tussen het belang van de opdrachtgever en het belang van de zaak.

V. Een goed adviseur beschikt over kennis

13.  Een goed adviseur kent zijn klassieken.

14.  Een goed adviseur leest, schrijft en geeft les. Maar hij neemt pas het woord als hij daarover lang heeft nagedacht, desnoods pas na tien jaar.

15.  Een goed adviseur die op de televisie een politicus ziet verklaren dat hij een doener is die actie wil noteert diens naam en adres en meldt zich een half jaar later aan om de rotzooi op te ruimen.

VI. Een goed adviseur kent de valkuilen

16.  Een goed adviseur die door een opdrachtgever wordt overladen met do's en dont's zegt tegen de opdrachtgever: "Als u het zo goed weet, waarom doet u het dan niet zelf"?

17.  Een goed adviseur wiens opdrachtgever zegt dat hij een doener is die actie wil en niet over problemen wil praten rent heel hard weg.

18.  Een goed adviseur die vermoedt dat hij op een mission impossible wordt gestuurd antwoordt: "Ik heet niet Karremans".

VII. Een goed adviseur kent de traditioneel verkeerde oplossingen

19.  Een goed adviseur spreekt nooit over een lerende organisatie, omdat die niet bestaat. Als hij het over leren heeft dan bedoelt hij: "Luister, denk na en leer af".

20.  Een goed adviseur is tegen reorganisaties tenzij de organisatiestructuur de grondoorzaak is van de problemen.

21.  Een goed adviseur haat prestatiecontracten, managementcontracten, prikklokken, tijdschrijven en soortgelijke averechtse en fraudegevoelige onzin.

22.  Een goed adviseur spreekt nooit over afrekenen op het resultaat. Afrekenen doet men in een winkel en in het criminele circuit.

VIII. Een goed adviseur doet de goede dingen en doet die goed

23.  Een goed adviseur beheerst drie rollen: die van acteur (hij vermaakt), die van leraar (hij draagt kennis over) en die van zendeling (hij heeft een boodschap).

24.  Een goed adviseur klimt op elk podium dat hem wordt aangeboden.

25.  Een goed adviseur bestrijdt problemen door hun oorzakelijke complex te analyseren en op te ruimen.

26.  Een goed adviseur creëert een situatie waarbinnen het kan gebeuren dat problemen zich volgens een natuurlijk proces oplossen.

IX. Een goed adviseur is iemand waar je altijd op kunt rekenen

27.  Een goed adviseur is altijd beschikbaar als een opdrachtgever met een probleem zit, ook op Kerstdag.

28.  Een goed adviseur die een team leidt doet ook de nederige karweien.

29.  Een goed adviseur wijkt voor niemand en houdt nooit op.

X. Een goed adviseur is helder naar zijn opdrachtgever

30.  Een goed adviseur tekent alleen voor de kwaliteit van zijn advies. Dat is zijn verantwoordelijkheid. Wat de opdrachtgever daarmee doet is voor de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever.

31.  Een goed adviseur zegt tegen de opdrachtgever dat deze geschift is als die volgens de waarden en normen van het vak geschift is.

32.  Een goed adviseur maakt zijn opdrachtgever duidelijk dat wat die opdrachtgever heeft of is, het product is van diens eigen beslissingen.

33.  Een goed adviseur  maakt zijn opdrachtgever duidelijk dat vooruitgang niets anders is dan iets achter je laten.

XI. Een goed adviseur is empathisch

34.  Een goed adviseur heeft gevoel voor verhoudingen en begrip voor gevoelens. Nimmer voor gevoeligheden.

35.  Een goed adviseur heeft begrip voor cultuurverschillen maar maakt duidelijk dat 2+2 toch overal 4 is.

36.  Een goed adviseur heeft mededogen met een opdrachtgever die zelf de oorzaak van de problemen is. Hij creëert een proces waarbinnen het mogelijk wordt dat de opdrachtgever 180 graden van positie verandert.

XII. Een goed adviseur heeft een vertrouwensband met zijn opdrachtgever

37.  Een goed adviseur zorgt ervoor dat zijn opdrachtgever met een gerust gevoel gaat slapen en ligt zelf wakker van de problemen van zijn opdrachtgever.

38.  Een goed adviseur gaat door een muur en verwacht van zijn opdrachtgever dat deze het gat netjes dichtmetselt en tegen anderen zegt dat er niets aan de hand is.

39.  Een goed adviseur is zo goed als zijn opdrachtgever.

40.  Een goed adviseur wordt door zijn opdrachtgever gedekt tot voor de poorten van de hel. Aan de andere kant van die poorten moet de adviseur het zelf klaren.

XIII. ... Tot slot

41.  Een goed adviseur vertrekt na de opdracht door de achterdeur, zonder met de deur te slaan.