Leo Eland

Leo_Eland

Leo Eland (1944) was tot februari 2006 burgemeester van de gemeente Epe in het noordoosten van de Veluwe. Daarvoor was hij burgemeester van de gemeente Bergh, bekleedde hij de functie van directeur personeelszaken en management op het ministerie van Financiën, na eerst directeur van de sociale dienst in Apeldoorn te zijn geweest.

Veel burgemeesters maken bijzondere zaken mee tijdens hun bestuurlijke loopbaan. Niet altijd even vrolijke. Leo Eland kan daarover meepraten. Omstreeks 20 maart 2001 brak in Epe de MKZ-crisis uit. Alleen mensen die er dichtbij hebben gestaan weten wat dat bestuurlijk betekent. Van het ene moment op het andere was er een crisis die zes weken duurde. De burgemeester geeft q.q. leiding aan het bestrijden van calamiteiten.

In dit geval was het bijzondere dat de gemeenten geen enkele plaats hadden in de draaiboeken van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, terwijl de boeren en de burgers zich massaal tot de gemeenten wendden met hun vragen en problemen. Het was pionieren binnen een overgeorganiseerde bureaucratische Haagse aanpak die voorbijging aan het menselijke en maatschappelijke aspect van de crisis. Daarbij werd de burgemeester van Epe coördinerend burgemeester voor de negen getroffen gemeenten op de Noord-Veluwe.

Er traden dus grote spanningen op. LNV ageerde met zijn top-down beslissingen vanuit de perceptie van het algemeen belang. Maar de burgemeester had te maken met de specifieke bottom-up problemen van de boerenstand die door het vernietigen van de veestapel en het daarmee wegvallen van hun reguliere inkomen in ernstige problemen kwam. En wat te zeggen over vragen als: ‘Waar moeten we door het vervoersverbod met de melk naar toe, in kuilen in de grond laten weglopen?’ En: ‘Er is iemand ziek op de boerderij, die moet naar het ziekenhuis maar mag het erf niet af.’ Ook begrafenissen en bruiloften konden niet worden bezocht. De dieren stonden tot hun enkels in de mest. Doordat ze niet konden worden afgevoerd werden ze te groot voor hun hokken en gingen elkaar te lijf. De boeren leden erg onder deze toestanden. Daarbij was de uitvoering van het ruimingsbeleid vol onzekerheden voor hen.

Leo Eland heeft stevig meegewerkt aan het ontwerpen van een nieuw communicatie- en coördinatiemodel voor dergelijke rampen. De kern daarvan is om een oplossing te vinden voor de grote afstand die een ministerie tijdens zo’n crisis ten opzichte van de betrokkenen heeft. Vooral om voortaan chaotische situaties bij het ontruimen van de veestapels te vermijden. In een nieuw model kregen lokale autoriteiten en deskundigen zoals veeartsen, meer invloed op de gang van zaken, omdat die dichter bij de mensen en de materie staan.

Het zijn waarschijnlijk de traumatische ervaringen van de veehouders die Leo Eland extra impulsen hebben gegeven om op te treden zoals hij dat heeft gedaan – volgens velen uiterst doortastend, bekwaam en invoelend. Daar zit namelijk nog een bijzonder ander trauma achter. De gemeente Epe heeft een aantal deelgemeenten waaronder Vaassen. Na de komst van de Ambonezen, nu Molukkers genoemd, in 1951 werden ze, verspreid over heel Nederland, in negentig woonoorden ondergebracht. Veelal in houten barakken, omdat hun verblijf slechts tijdelijk zou zijn. Daarbij werd er zoveel mogelijk rekening mee gehouden om homogene groepen – religieus en geografisch – bij elkaar te houden: katholieken bij katholieken, Zuid-Molukkers bij  Zuid-Molukers, et cetera.

Voor een bijzonder boek over de geschiedenis van de Molukse kwestie verwijs ik kortheidshalve naar In Nederland gebleven van Henk Smeets en Fridus Steijlen. Hier wil ik me beperken tot het Molukse woonoord Berkenoord dat in 1958 als zogeheten restkamp in Vaassen werd ingericht. De reden om daar alsnog een woonoord te vestigen was gelegen in de omstandigheid dat de streek extra arbeidskrachten kon gebruiken. Maar de rijksoverheid stuurde er Molukkers naar toe die in andere woonoorden moeilijkheden hadden of maakten. Als gevolg daarvan is het woonoord Vaassen van meet af aan bevolkt geweest door een heterogene groep Molukkers, die door de jaren heen moeilijk met elkaar overweg konden, die onderling ruzie maakten, en samen tegen het bevoegde gezag.

Toen het omstreeks 1960 duidelijk werd dat het verblijf van de Molukkers, anders dan voorzien en beloofd, niet tijdelijk maar permanent zou zijn, ontstond het beleid om ze te laten verhuizen van de houten barakken in de woonoorden naar stenen huizen in woonwijken. Door het hele land heen stuitte dat in de Molukse gemeenschap op groot verzet. Het werd ervaren als een veroordeling tot eeuwig verblijf in Nederland. Maar dat niet alleen. In de woonoorden hadden ze inmiddels hun – op de eigen cultuur geënte – lokale voorzieningen gecreëerd, waaronder hun schooltjes, kerken en gemeenschapslokalen. Bij een verhuizing naar woonwijken, vaak met de plicht om te integreren met de lokale Nederlandse bevolking  zouden ze (weer) van die eigen culturele ankers worden gerukt. Om het verzet tegen de gedwongen verhuizing te breken moest soms de politie worden ingeschakeld.

Zo ook in Vaassen in oktober 1976. Voor een aantal bewoners van het woonoord Berkenoord waren stenen huizen gebouwd: Berkenoord 2. De verhuizing zou namelijk in groepen verlopen. De wijk had de gemeente duidelijk gemaakt niets voor een gedwongen overstap te voelen.  Dus was er op de dag van de verhuizing van een deel van de Molukse bewoners de mobiele eenheid aanwezig om bij eventueel gewelddadig verzet op te treden. De gemeente had ook een paar bulldozers gecharterd. Beleidsmatig was namelijk afgesproken de verlaten houten barakken meteen tegen de grond te gooien, zodat degenen die naar de stenen woonhuizen moesten niet terug konden.

En nu komt het trauma. Er ontstond stevig verzet, de mobiele eenheid greep in en bulldozers gingen aan de slag. Per ongeluk werden echter enkele houten barakken vernield van Molukkers die nog een tijdje in de barakken moesten verblijven. Daarbij verloren ze persoonlijke eigendommen en cultureel-religieuze voorwerpen,. Dat heeft diepe sporen getrokken in de Molukse gemeenschap in Vaassen. Sporen die jaar in jaar uit leidden tot het afbreken van de relaties met de gemeentelijke overheid. Onbegrip en onmin, soms gepaard met geweld en crimineel gedrag, namen alleen maar toe. In de tweede helft van de jaren negentig – Leo Eland was toen burgemeester – had de gemeenteraad het helemaal met de Molukse gemeenschap gehad. Geen enkel beleid had succes. Gemeentelijke plantsoenarbeiders die het groen moesten onderhouden werden soms met klewangs de wijk uitgejaagd. Schilders van de woningbouwcorporatie maakten mee dat de ladder onder hun vandaan werd weggeschopt. Er bestond een virtuele slagboom tussen de woonwijk en de rest van Vaassen. Het bracht sommigen tot de verzuchting: “Laten we er een hek omheen bouwen en eenmaal per maand voedsel overheen gooien.”

Dat het nooit zover is gekomen is de verdienste van Leo Eland. Onvermoeibaar bleef hij het contact met de wijk in het algemeen, en met zijn geestelijke en maatschappelijke leiders in het bijzonder, aanhouden. In overleg met Roger van Boxtel, de toenmalige minister voor onder meer het integratiebeleid, werd een laatste poging gedaan om de Molukse woonwijk, ongeveer 1200 personen groot, te verzoenen met de lokale gemeenschap en vooral ook met de lokale politiek. Ik kreeg het verzoek om die poging te ondernemen, op basis van de interactieve manier van werken die ik in de loop der jaren had ontwikkeld.  In nauwe samenwerking met de plaatselijke Molukse gemeenschap zelf, met het lokale gezag en met Leo Eland persoonlijk, kwam een Actieboek tot stand dat in januari 2001 door de bewoners van Berkenoord 2 aan de minister werd aangeboden.

De twee eerste hoofdstukken van dat Actieboek bevatten acties met het doel om door middel van respect voor de historie en cultuur en door het vereffenen van openstaande rekeningen, verzoening tussen de woonwijk en de gemeente te realiseren.

Een van de acties beoogde een Moluks monument op te richten, op een mooie plek in de wijk. De gedachten gingen uit naar een standbeeld van een ‘oom KNIL en zijn vrouw in saring/kebaja’. Het werd gezien als een belangrijk middel om de Molukkers te helpen met het verwerken van hun herinnering aan de komst naar Nederland, aan de vaak gewelddadige relatie met diverse overheden, maar bovenal als een plek waar men kon zoeken naar een afronding van de eigen identiteit tegen de achtergrond van een pijnlijke verleden in een vreemd land.

De foto hiernaast toont het resultaat.

Beeldend kunstenaar Greet Grottendieck ontwierp dit standbeeld, dat door iedereen wordt geroemd als een voortreffelijke uitdrukking van wat de Molukse gemeenschap zich bij een dergelijk monument voorstelde.

Standbeeld_Vaassen

Het is echter niet van een leien dakje gegaan. Leo Eland heeft een aantal jaren onvermoeibaar moeten werken, overleggen, beraadslagen, overtuigen en argumenteren om dit standbeeld gerealiseerd te krijgen. Het was geen eenvoudige opgave. Maar zijn streven naar verzoening is uiteindelijk beloond toen hij, inmiddels met pensioen, samen met de huidige burgemeester mevrouw M. van Lente en oom Daan Saija op 21 oktober 2006 het standbeeld onthulde.

oktober-monument_fc
Foto: Nieuws- en Advertentieblad Schaapskooi/Kabelkrant Noordoost Veluwe.

Terwijl in andere gemeenten met Molukse woonwijken (Bovensmilde en Schattenberg) nog discussie plaatsvindt over de vraag hoe pijnlijke herinneringen uit het verleden zouden kunnen worden verzoend met het heden, heeft Leo Eland dit in 2006 verwezenlijkt. Natuurlijk niet zonder de steun van vele anderen, waaronder de leiding van de projectorganisatie – Jan de Graaf en Rob Imlabla – die het Actieboek gestaag uitvoert, alsook ambtenaren van de gemeente, waaronder Wim van de Bedem. Maar zonder een toegewijd bestuurder als Leo Eland was dit niet gerealiseerd.