Bijzondere personen Henk Bakkerode

Henk Bakkerode

door Leo Klinkers (25 november 2008)

Henk_Bakkerode

Op 23 oktober 2008 nam Henk Bakkerode na een intensieve ambtelijke loopbaan van veertig jaar afscheid van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. We kennen elkaar ruim dertig jaar. Door activiteiten binnen de Vereniging voor Bestuurskunde, maar ook daarbuiten.

Medio jaren zeventig traden we al samen op tijdens een congres over de verantwoordelijkheid van ambtenaren in Warschau, georganiseerd door de European Group of Public Administration. In 2004/2005 nog in de context van het project vergrijzing, ontgroening en bevolkingsdaling in Parkstad Limburg. Henk werd na verloop van tijd directeur ouderenbeleid en heeft dat werkveld nooit meer losgelaten. Zijn betrokkenheid met dit beleidsterrein werd bij zijn afscheid als volgt onder woorden gebracht door directeur-generaal Marcelis Boereboom, directeur-generaal Langdurige Zorg:

“Dat beleid heeft Henk ongelooflijk gefascineerd. En dat is ook niet zo bijzonder. Onder ministerschap van Elco Brinkman startte in 1988 de directie ouderenbeleid. Het zou een begin zijn van een heel bijzondere tijd. Er werd zwaar ingezet op het ouderenbeleid. Een interdepartementale stuurgroep moest een brede visie op het ouderenbeleid neerzetten, en de minister van WVC werd de coördinerende minister voor het ouderen beleid. Dat ging zelfs zo ver dat de minister van onderwijs toch een speciaal programma voor hoger onderwijs voor ouderen moest opzetten. Het zou overigens het begin zijn van een ongelooflijke tijd waarbij de emancipatie van ouderen de boventoon voerde. Discussies over leeftijdsdiscriminatie vonden in alle hevigheid plaats. Ook vonden de eerste discussies plaats over de houdbaarheid van de AOW met alle desastreuze gevolgen van dien voor de voormalige minister Elco Brinkman. Het had tot gevolg van een opkomst van ouderenpartijen in het parlement. Wat er door interne ruzies met die partijen gebeurde is inmiddels geschiedenis. De vergelijking met bijvoorbeeld de Boerenpartij en de LPF doet zich gelijk voor. Het is een ware prestatie dat Henk in die periode niet alleen het hoofd boven water hield, maar ook inhoudelijk stappen zette. Die stappen vonden plaats onder leiding van minister d”Ancona. De integrale nota Ouder en in Tel gaf wel een trendbreuk aan over het denken over ouderen. Echte emancipatie van ouderen was het devies.”

Henk Bakkerode was niet alleen een man van de inhoud. Als geen ander had hij ook politieke sensiviteit. Hij wist zich moeiteloos aan te passen aan de wisselende inzichten van steeds weer nieuwe ministers (hij heeft er zo’n vijftien meegemaakt) en aan de stelselveranderingen die aan de lopende band door het ministerie gingen. In de woorden van directeur-generaal Boereboom:

“Je hebt Henk, als directeur en plaatsvervangend directeur ouderenbeleid, een van de meest enerverende periode van de nog korte geschiedenis van dit departement meegemaakt. Wellicht overschaduwd en vergeten door het gebeuren met Pim Fortuyn en LPF. Je hebt een volledige transitie meegemaakt in de wijze van werken op een departement. Van carbonpapier en pen tot computer met netwerk. Van zeer gedetailleerde bemoeienis van een departement met directe sturing tot stelselbemoeienis met sturen op afstand. Je hebt er schijnbaar moeiteloos in al die jaren doorheen geslagen. Maar dat niet alleen: je hebt daarin rust bewaard en er leiding aan gegeven. Dat verdient groot respect.”

Maar intensief bezig zijn met beleid en management kent grenzen. Dat wil zeggen, er zat meer in Henk Bakkerode dan hetgeen hij binnen ouderenbeleid kwijt kon. Het ministerie zag zijn gaandeweg ontwikkelde meerwaarde en gaf hem de ruimte om zijn kennis, ervaring, diplomatieke gaven en probleemoplossend vermogen aan te wenden binnen het grote netwerk van VWS. Henk heeft zich daarom de afgelopen jaren bezig kunnen houden met onderwerpen als gezondheidspreventie als prestatieveld (Wet PG en Wmo), stelsel- en sturingsvragen, toekomstscenario’s, maatschappelijk ondernemerschap, seniorenbeleid, inspectiewerk, quarantaines en infectieziektes, geestelijke verzorging, herinnering wereldoorlog II, vrijwilligerswerk, de Raad van Europa, RVZ, RMO, internationaal beleid, personeelsvisitaties, de financiering van huisartsen, de eerste lijn, schippersinternaten, jeugdbescherming, trainees, externe interviews, enz. Met daarnaast nog opdrachten voor Justitie, Cultuur en Grondwetszaken. Al deze thema’s verbindend met dat waar het uiteindelijk altijd om draait: de zorg voor mensen in een gezonde samenleving. Als redacteur van Geron, een tijdschrift over ouder worden, kwam dat allemaal in gebundelde vorm tot uiting, onder meer door het voeren van gezaghebbende interviews met opmerkelijke Nederlanders zoals Herman Wijffels en Cees Schuyt.

Ik wil dit commentaar op deze bijzondere ambtenaar afsluiten met de volgende tekst uit de speech die hij zelf bij zijn afscheid uitsprak:

“Doen we aan beleidvorming of volstaan we met beeldvorming?
Dromen we nog of drammen we slechts?
Doen we het goede of is werken gedoe?
Dolen we rond in mysteries, een miniserie of toch een echt ministerie?
Zijn we nog overheid of vooral overhead?
Leveren we prestaties of zijn het slechts presentaties?
Is preventie echt meer dan een pretentie?
Regeren we nog of reageren we slechts?”