Bijzondere personen Frits Hoendermis

Frits Hoendermis

Hoendermis2

Drs. F.C. Hoendermis (1940) was tot 1996 in vele beleidsfuncties werkzaam bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Eind 1995 nam hij als adjunct directeur Coördinatie Internationaal Beleid afscheid bij het directoraat-generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken, zonder echter uit het zicht te verdwijnen. Hij werd direct daarna benoemd tot Programmacoördinator voor de uitvoering van het Convenant inzake technische bijstand en samenwerking tussen het Surinaamse Ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) en het Nederlandse Ministerie van Verkeer en Waterstaat (V&W), getekend op 10 januari 1996 met een looptijd van 5 jaar.

Tussen 1996 en 2000 was hij een onvermoeibare aanjager van het V&W-brede Jaarprogramma 1996, dat ongeveer 50 deelprojecten omvatte. Resultaten werden bereikt op alle terreinen in de multidisciplinaire transportsector: op het vlak van zeescheepvaart en zeehavens, luchtvaart en luchthavens, personenvervoer en goederenvervoer, alsook in de telecomsector. Voor een totaaloverzicht van wat er in die periode is bereikt verwijs ik naar het desbetreffende Eindverslag.

Bij het aantreden van mevrouw Eveline Herfkens als nieuwe minister van Ontwikkelingssamenwerking vond een grote beleidsombuiging plaats. Voor Suriname hield dat in dat de tot dan toe gebruikelijke ontwikkelingssamenwerking werd gebaseerd op een indeling in sectoren, waarbij die van Verkeer en Waterstaat/Transport buiten de indeling viel. Als gevolg daarvan is alleen het Convenantprogramma 1996 tussen 1996 en 2000 uitgevoerd. Wat er programmatisch op stapel stond voor 1997-2000, maar dus niet is uitgevoerd, vindt u in de bijlagen van voornoemd Eindverslag. Terzijde: die sectorplanning is doorgedrukt tegen alle adviezen in, ook tegen de wensen van de Surinaamse overheid in. Zij is om die reden dan ook niet van de grond gekomen.

Na 2000 heeft Frits Hoendermis zijn werk echter voortgezet op het gebied van het goederenvervoer en het personenvervoer. Deels als deelnemer aan het door Economische en Buitenlandse Zaken ondersteunde Programma Uitzending Managers (PUM), deels als gezant van de HTM in Den Haag. Wat betreft het personenvervoer zat dat als volgt in elkaar.

De gemeente Den Haag en de Republiek Suriname hebben een jarenlange vriendschapsrelatie, op basis waarvan gemeenschappelijke activiteiten worden ontwikkeld. In dat verband is op 4 mei 2004 een Memorandum of Understanding (MOU) gesloten tussen de HTM in Den Haag en het Nationaal Vervoer Bedrijf N.V. (NVB) in Paramaribo, met medeondertekening van de Gemeente Den Haag en het Surinaamse Ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT). Het MOU omvat een langdurige en brede samenwerking op het gebied van het openbaar personenvervoer, waarbij Frits Hoendermis een centrale rol speelt. Sinds de ondertekening van de overeenkomst zijn reeds de volgende activiteiten ontwikkeld:

• Het MOU is uitgewerkt in een actieprogramma en een werkplan (augustus 2004).
• In het kader van een PUM-missie is ten behoeve van de exploitatie op de korte termijn een Operationeel Plan voor het NVB opgesteld (januari 2005).
• In het kader van het stageprogramma zijn 2 stages bij de HTM (Vervoerplanning en Financiën) en 1 stage bij de Rotterdamse Mobiliteit Centrale (RMC/Zorgvervoer) succesvol afgerond (januari 2005).
• Het vervoer op maat ging in Paramaribo van start. Daartoe leverde de RMC 4 rolstoelbussen aan het NVB, waarvan 2 bussen zijn geschonken (april 2005).
• De heer Ph. Parabirsing, student aan de Hogeschool Rotterdam heeft, eveneens op kosten van de HTM, de facilitaire processen bij het NVB in kaart gebracht (november 2006).
• Voor het oprichten van een taxicentrale in Paramaribo door het NVB is door de RMC (Rotterdamse Taxicentrale) personele ondersteuning verleend bij de opstelling van een ondernemingsplan (december 2006).
• De heer S. Ferrier heeft op kosten van de HTM aan de TU Delft een wetenschappelijke studie afgerond betreffende het openbaar vervoer in Paramaribo en in dat verband een ontwerp voor een nieuw lijnennet opgesteld en tevens voorstellen gedaan voor de verbetering van de verkeerscirculatie in het centrum van Paramaribo (mei 2006).
• Op basis van de uitkomsten van de lijnennetstudie is, samen met de opsteller van de studie en het NVB, een eerste versie van een exploitatiemodel ontwikkeld, waarbij verschillende haalbare varianten wat betreft frequentie, tarieven en overheidsbijdrage zijn doorgerekend (najaar 2006). Aan de hand van het model kunnen beleidsbeslissingen over de toekomstige opzet en de invulling van het openbaar personenvervoer in Suriname worden genomen.
• Een voorstel voor een geheel nieuwe opzet voor het openbaar personenvervoer in Paramaribo is in een notitie voor TCT neergelegd (oktober 2006). Aan de hand van deze notitie moet nog een concreet actieprogramma worden opgesteld.

Wat betreft het goederenvervoer kwam in februari 2003 een Beleidsnota Goederenvervoer tot stand. In de jaren daarna is het in de nota omschreven beleid, inclusief de regelgeving, verder uitgewerkt. In februari 2007 is het geactualiseerd en vervolgens uitgebouwd met een concreet actieprogramma voor het goederenvervoer in Suriname. Het nieuwe beleid moet nu alleen nog worden ingevoerd.

De inzet van Frits Hoendermis om de samenwerking tussen beide landen op het vlak van transport in de brede zin van het woord te maximaliseren, vond dus tot 2000 plaats in de officiële functie van programmacoördinator. Vanaf 2000 echter hadden zijn activiteiten meer een door persoonlijk-professionele motieven gedreven karakter. Hopelijk duurt dat nog een aantal jaren.