Boekbesprekingen

The Wisdom of Crowds

James Surowiecki, The Wisdom of Crowds, Why the Many Are Smarter Than the Few, Doubleday 2004

door Leo Klinkers

De website van KPPC is onder meer gewijd aan de standaarden voor Uitvoerbaar Beleid Maken. Dat impliceert strategische interactieve beleidsvorming, analyse en synthese van beleid, resultaatgerichte politiek en beleid voor duurzame verandering.

Daar ben ik in de jaren zeventig mee begonnen. Door het bestuderen van diverse besluitvormingstheorieën en van (op de overheid gerichte) elementen uit onder meer de rechtswetenschap, politicologie, sociologie, sociale psychologie, cybernetica, filosofie, management- en organisatietheorie heb ik een methode voor besluitvorming ontworpen die begint van onderop (de samenleving) en die werkt van buiten naar binnen. Het was een verbluffende ervaring toen ik enkele jaren geleden kennismaakte met The Wisdom of Crowds. Dit boek ondersteunt met vele voorbeelden uit de praktijk op een perfecte manier de wetenschappelijke principes van de ‘methode Klinkers’ en de praktische toepasbaarheid daarvan.

De verleiding is groot om met de talloze voorbeelden uit dit boek de gelijkenis tussen beide aanpakken te illustreren. Laat ik me beperken tot enkele citaten.

“Groups do not need to be dominated by exceptionally intelligent people in order to be smart. Even if most of the people within a group are not especially well-informed or rational, it can still reach a collectively wise decision” (p. XIII).

“The argument of this book is that chasing the expert is a mistake, and a costly one at that. We should stop hunting and ask the crowd (which, of course, includes the geniuses as well as everyone else) instead” (p. XV).

“If you put together a big enough and diverse enough group of people and ask them to make decisions affecting matters of general interest, that group’s decision will, over time, be intellectually superior to the isolated individual, no matter how smart or well-informed he is” (p. XVII).

“Diversity and independence are important because the best collective decisions are the product of disagreement and contest, not consensus or compromise. An intelligent group, especially when confronted with cognition problems, does not ask its members to modify their positions in order to let the group reach a decision everyone can be happy with. Instead, it figures out how to use mechanisms (-) to aggregate and produce collective judgements that represent not what any one person in the group thinks but rather, in some sense, what they all think. Paradoxically, the best way for a group to be smart is for each person in it to think and act as independently as possible” (p. XX).

Degenen die bekend zijn met de ‘methode Klinkers’ herkennen:

• Samenstellen van een grote en zo gevarieerd mogelijke groep via een Omgevingsanalyse.
• Aggregatie van de verscheidenheid van opvattingen via een Bloemlezing.
• Niet naar consensus streven, maar juist naar het zichtbaar maken van het verschil van opvatting, in mijn methode relatieve dissensus genoemd.

Dit zijn maar enkele elementen van de volledige overlap van Surowiecki’s manier van denken en de ‘methode Klinkers’. Ik ga voorbij aan de parallellen van omgaan met onzekerheid, de specifieke positie van sleutelfiguren in plaats van deskundigen, en het maken van probleem- en oorzakenanalyses en andere vergelijkbare elementen.

Om zijn model nog even kort te duiden, het gaat om vier condities die de wijsheid van een groep bepalen: streef naar diversiteit van opinies, zorg ervoor dat die in onafhankelijkheid kunnen worden geuit, doe het zo laag mogelijk in de samenleving en aggregeer de verscheidenheid van die oogst op een bepaalde manier. Aldus komt een groep tot accurate beslissingen.

Niet alleen is er een grote mate van inhoudelijke gelijkenis. Ook de cover van het boek is opmerkelijk. Eind jaren zeventig ondersteunde ik Jos Dumont bij het oprichten van het blad Binnenlands Bestuur. Als eerste hoofdredacteur vroeg hij mij om een tijdlang columns voor dat blad te verzorgen. Toen ik daarin toestemde was de volgende vraag om een foto te leveren die dan bij elke column geplaatst zou worden. Dat wees ik af. Om de volgende reden. Een columnist heeft maar weinig woorden om zijn boodschap te vertellen. Omdat er geen ruimte is om te relativeren zijn columns daarom vaak zeer scherp. Daarmee kun je mensen verwonden en dat is niet de bedoeling. Om mijn teksten te relativeren verzocht ik om van mij een karikatuur te maken en die bij elke column te plaatsen. Na een uurtje poseren voor een politiek tekenaar kwam - in 1980 - de onderstaande tekening te voorschijn. De overeenkomst met de cover van The Wisdom of Crowds is grappig, zo niet opmerkelijk.

Beide_lampen_voor_website