Boekbesprekingen

Eddy Jharap

Sandew Hira, Eddy Jharap. Vertrouwen in eigen kunnen, Amrit 2007

door Leo Klinkers (25-03-08)

Inleiding
Sandew Hira schreef een opmerkelijk boek over een opmerkelijke Surinamer, Eddy Jharap. In Nederland nauwelijks bekend, in Suriname zoveel te meer. Hij nam in 2005 als president-directeur afscheid van de Surinaamse oliemaatschappij ‘Staatsolie’. Jharap fungeert als rolmodel van de man die zich vanuit armoedige omstandigheden, door studie en noeste arbeid, weet op te werken tot een van de leidinggevende zakenmensen met een presidentiële allure. Als Surinaamse moeders hun opgroeiende kinderen een voorbeeld willen voorhouden dan wijzen ze steevast op Eddy Jharap.

Sharap_10001

Dit boek is een biografie, in de vorm van een groot aantal kleine verhaaltjes die typisch zijn voor de omstandigheden waaronder Jharap leefde en aan zijn loopbaan werkte. Deels in Suriname zelf, deels in bijvoorbeeld Nederland en Spanje. Voor Nederlandse lezers biedt het boek een aantal bijzondere doorkijkjes naar de opbouw van de Surinaamse gemeenschap na de afschaffing van de slavernij in 1863 en de beslissing van de toenmalige overheid om in Nederlands-Indië en Brits-Indië nieuwe arbeidskrachten aan te werven voor het werk op de plantages. Zo ontstond eind 19e eeuw naast de inheemse gemeenschap van de indianen en de naar het binnenland gevluchte negerslaven (marrons) een etnisch verzuilde samenleving van zogeheten stadscreolen, hindostanen (deels hindoe deels, moslim), javanen (waarvan ook een deel moslim), joden, chinezen en boeroes, de afstammelingen van de blanke kolonisten.

Elk met hun eigen cultuur, taal en religieuze gebruiken. En met een grote mate van verdraagzaamheid jegens elkaar. Wat dat aangaat zouden politici als Wilders en Verdonk eens een paar jaar moeten worden ondergedompeld in de Surinaamse samenleving, want ook nu nog zou men Suriname mogen zien als een schitterend voorbeeld van een land waar, door omstandigheden en toeval van het lot, volstrekt verschillende etnische culturen met elkaar samenleven zonder elkaar naar het leven te staan, te verketteren of anderszins te misjegenen.

Terzijde voor degenen die begrippen als identiteit en het taaleigene nauw aan elkaar verbinden: alle bevolkingsgroepen spreken (tot diep in het oerwoud) Nederlands, de eigen Surinaamse taal (Sranang tongo) én de taal van hun etnische groep, waarbij de mensen die in het bos wonen of daaruit afkomstig zijn, ook nog eens hun eigen, aan het Afrikaans ontleende autonome taal hanteren. Maar ze voelen zich allemaal Surinamer.

Afkomstig uit het Hindostaanse milieu, laat de schrijver zien hoe Eddy Jharap dwars door die culturen heenloopt. Een voorbeeld dat aan de ene kant toont dat culturen hun eigenheid behouden, en anderzijds dat er geen waterdichte schotten tussen bestaan. In het begin van de 21e eeuw is de etnische verzuiling binnen de totale gemeenschap minder scherp dan voorheen (men trouwt met elkaar en werkt in toenemende mate met elkaar samen) behalve in de politieke constellatie. Het politieke systeem is voornamelijk etnisch opgebouwd, behalve de partij van Bouterse, de NDP, die leden van alle bevolkingsgroepen omvat.

Het leven van Eddy Jharap in vogelvlucht
Eddy Jharap (1944) groeit op in armoedige omstandigheden met een vader die er graag op losmept. Die eigenschap van veel Surinaamse mannen kan men ook uitvoerig lezen in het boek Tapu Shen, Bedek je schande van Usha Marhé, een openhartig relaas van een Hindostaanse vrouw over het taboe van praktijken van incest en geweld in Suriname. 

Op vrij jonge leeftijd krijgt Jharap lepra, een ziekte waartegen hij met succes wordt behandeld, zij het dat hij gedurende zijn verdere leven nog meer aanvallen van lepra heeft te verduren.

Via de Mulo en de elitaire Algemene Middelbare School (AMS) lukt het een studiebeurs te krijgen. Eind jaren zestig vertrekt Jharap naar Nederland om geologie te gaan studeren in Leiden. Onder invloed van de toen geldende roerige studentenopstanden ontwikkelt hij een specifieke belangstelling voor linkse politiek. Sporen daarvan zijn terug te vinden in de (multi-etnische ) Volkspartij waarvan Eddy Jharap in 1974 een van de oprichters is. De partij heeft echter nooit gefloreerd. De eerste deelname aan de verkiezingen in 1977 waren een grote teleurstelling. Etnisch-gestuurde patronagepolitiek en cliëntelisme bepaalden het stemgedrag.

Na het afstuderen terug in Suriname eind 1970 neemt hij, door zijn links-activistische inslag niet geporteerd voor een baan bij een van de twee internationale mijnbouwbedrijven Suralco of Billiton, een betrekking aan bij de Geologische Mijnbouw Dienst van de overheid zelf. Hij wordt dus ambtenaar. Maar dan wel een van een ondernemend karakter zoals later zal blijken.

De militaire coup van 25 februari 1980 brengt via zijn nieuwe regering de geboorte van de Staatsolie. Jharap wordt de eerste directeur en blijft dat tot 13 december 2005, zijn pensioen. Hij heeft samen met het bedrijf en zijn medewerkers vele ups and downs meegemaakt. De meest ingrijpende speelde in 1998 onder het bewind van president Jules Wijdenbosch. Die had – samen met de weer in aanzien gestegen (partij van) Bouterse – het plan om Staatsolie voor zo’n 50 miljoen dollar te verkopen. Het scherpe protest van Sharap kwam hem te staan op een ontslag op staande voet. Dat werd, mede onder invloed van grote demonstraties tegen Wijdenbosch en dat ontslag door de rechter teruggedraaid. 

Vertrouwen in eigen kunnen
De ondertitel verklaart het leidend motief van Jharaps carrière. Nooit opgeven, altijd streven naar de hoogste kwaliteit, zelf de handen uit de mouwen steken als er vuil of ondankbaar werk moet worden gedaan, investeren in de kwaliteit van je medewerkers en ze steeds laten zien: het kan, als je maar wil.

Om die reden heeft hij een uitgesproken hekel aan landgenoten met de habitus om alleen maar te beargumenteren wat ze niet willen of niet kunnen. Dat zet natuurlijk hier en daar kwaad bloed. Sommigen verwijten hem een nogal dictatoriale leiding. Maar zonder zijn leiderschap was Staatsolie niet het – voor de overheid zo – lucratieve bedrijf dat het inmiddels is geworden.

Daarom is hij met recht en reden in december 2007, bij het verschijnen van dit boek, zowel in Suriname als in Nederland talloze malen geëerd. De hoop is dat velen van zijn onvermoeibare inzet ook iets hebben geleerd.