Openbare dienst Suriname Surinaams talent

Surinaams talent

door Leo Klinkers (december 2008)

Suriname bezit een veelvoud aan talenten. De meest bekende zijn de voetballers. Maar ook buiten de sport zijn er mannen en vrouwen van Surinaamse oorsprong met uitzonderlijke kwaliteiten. In de wetenschap, de journalistiek, de ondernemerswereld, de advocatuur en zeker ook in de openbare dienst. Omdat de hierna beschreven personen allemaal op hun manier bezig zijn met verstandige zaken voor de samenleving heb ik ze binnen deze rubriek Openbare Dienst opgenomen.

Enkelen van de hierna beschreven personen kende ik al voordat ik in 1978 voor de eerste keer Suriname bezocht en aldaar een lezing aan de Anton de Kom universiteit verzorgde, op verzoek van professor Koen Ooft. De anderen zijn daarna in meer of mindere mate binnen mijn gezichtsveld gekomen. Ik acht hen allen hoog.

mr. Dirk Teunis
Graag begin ik met Dirk Teunis (inmiddels 94 jaar), eerst leermeester medio jaren zestig, later collega aan de juridische faculteit van de Universiteit in Utrecht. Hij doceerde staats- en administratiefrecht, koninkrijksrecht en waterschapsrecht. Onder de studenten stond hij bekend als een van de beste docenten aan de faculteit. Altijd helder formulerend, zeer didactisch ingesteld. Leg aan Dirk Teunis een vraagstuk voor uit het juridische domein, dan haalt hij diep adem en start vervolgens een referaat dat zeker een uur duurt, waarin alle details, bijzonderheden, haken en ogen, de revue passeren zonder een keer in herhaling te vallen.

In de aanloop naar de Wet universitaire bestuurshervorming (WUB 1969), de wettelijke basis van de zogeheten democratisering van de universiteiten, was Dirk Teunis een van de grondleggers van het universitaire kiesrecht dat op basis van evenredige vertegenwoordiging (personenstelsel), plaatsen toekent aan de geleding van het wetenschappelijk personeel, het niet-wetenschappelijk personeel en de studenten. Als lid van de landelijke Universitaire Kiesraad - adviescollege voor de regering - heeft hij met koele blik de nodige rust gebracht in de diverse kiesreglementen en protocollen, die deze democratisering moesten begeleiden. De Universitaire Kiesraad was ook belast met het beslissen van alle universitaire kiesrechtsgeschillen.

drs. Frank Antonius
Een van mijn meest dierbare vrienden is Frank Antonius. Nu gepensioneerd na een lange en invloedrijke carrière in de Surinaamse openbare dienst. Onder meer als directeur (= secretaris-generaal) op de ministeries van Cultuur en Onderwijs. Zijn opleiding in de pedagogiek en didactiek heeft hij steeds ambtelijk weten te vertalen in beleid ten dienste van de versterking van het onderwijs en de cultuur in Suriname. Met het vermogen om onafhankelijke professionaliteit te combineren met ambtelijke loyaliteit. Namens de Surinaamse overheid nam hij regelmatig deel aan congressen van het International Institute of Administrative Sciences (IIAS) op diverse plekken in de wereld, waar wij ons laafden aan de spiritualiteit van de ontmoeting tussen overheidspraktijk en bestuurswetenschap.

Frank Antonius is ook lange tijd de drijvende kracht geweest achter het - vanuit de rooms-katholieke Surinaamse wereld georganiseerde bijzonder onderwijs - in het rijke binnenland van Suriname. Het bewaken van de kwaliteit van het opleiden van onderwijskrachten, de verzorging van de uitzending en de toevoer van leermaterialen heeft een belangrijk deel van zijn werk naast het ambtenaarschap in beslag genomen.

mr. Hans Lim A Po
Ik ontmoette Hans Lim A Po voor het eerst in juli 1978 tijdens een bezoek van zes weken aan Suriname. Hij was toen een van de bekendste advocaten. Zijn vader, stichter van het advocatenkantoor Lim A Po, was vele jaren voorzitter van de Nationale Assemblee, het equivalent van onze Tweede Kamer. Hans Lim A Po nam omstreeks 1980 de directie van de bauxietmaatschappij Billiton (Shell) over van André Brahim, diende daarna de Shell nog een aantal jaren op diverse plekken in de wereld en stichtte na zijn pensioen in Paramaribo - in de Lim A Postraat! - het FHR Lim A Po Institute for Social Studies. Dat instituut verzorgt, in samenwerking met Nederlandse en Amerikaanse universiteiten master degrees in business administration en in public administration. In maart 2008 werd Hans Lim A Po benoemd in de pas opgerichte Sociaal Economische Raad (SER) en vervolgens in de eerste vergadering van die Raad gekozen tot voorzitter.

Ik kan zonder overdrijving stellen dat dit de beste leerinstelling is die ik in veertig jaar heb mogen bezoeken. Hans Lim A Po heeft een jongensdroom, het stichten van een eigen academie, tot in de perfectie uitgebouwd. Daar een meerdaagse workshop verzorgen is een feest. Alles is steeds tot in de puntjes verzorgd. Ik ken geen instituut waar de relatie tussen leiding, staf en studerenden zo hecht en vruchtbaar is. Hans Lim A Po kent maar één criterium en dat is onvermoeibaar blijven streven naar topkwaliteit.

Het zal geen verwondering wekken dat hij niet alleen een veel gevraagd spreker is, maar ook een expert die zitting heeft in bijzondere commissies of adviesraden. Zo heeft hij een belangrijke rol gespeeld in het beslechten van het grensdispuut tussen Suriname en Guyana en neemt hij deel aan een in 2008 opgerichte permanente Caricomcommissie die advies moet uitbrengen over de correcte mededinging, c.q. concurrentie in het Caricomgebied. Het dagblad de Ware Tijd van 15 december 2008 doet verslag van de inwerkingttreding van deze Caricom Concurrentie Commissie (CCC).

drs. Wim Udenhout
Suriname mag zich verheugen in de aanwezigheid van een bijzondere man, Wim Udenhout. Tot november 2008 was hij zowel Executive Director van Conservation International Suriname als Voorzitter van de Suriname Conservation Foundation (het eerste, en tot nu toe het enige, natuurfonds in Suriname) dat een creatie is van Conservation International en de Surinaamse regering. De directeursfunctie heeft hij onlangs overgedragen, waardoor hij zich nu als voorzitter van het dagelijks bestuur van de Suriname Conservation Foundation (SCF) voltijds kan wijden aan de versterking van dit fonds. Het instellen en beheren van natuurreservaten in Suriname is de verantwoordelijkheid van de regering, met dien verstande dat Conservation International de basis heeft gelegd voor het vergroten van een bestaand beschermd gebied van 400 hectare tot 1,6 miljoen hectare. Daarmee heeft Suriname een van de meest uitgestrekte gebieden van ongerept tropisch regenwoud op aarde, het Centraal Suriname Natuur Reservaat (CSNR), onder bescherming bracht.

Een verlammende staking tegen het militaire regime in december 1983 was de aanloop naar het herstel van de democratie in Suriname. In een overgangsperiode, waarin het bedrijfsleven en de vakbeweging besloten samen te werken met de militairen, met het herstel van de democratie als doel, werd Wim Udenhout minister-president. In die regeerperiode werd de persvrijheid hersteld, een nieuwe grondwet geconcipieerd en een klimaat gecreëerd voor de democratische verkiezingen van 1987. Deze grondwet (nog steeds de vigerende) introduceerde het systeem van de executive president en de vice-president. Daarvoor was de president het staatshoofd, en had hij slechts een ceremoniële functie.

Van1989 tot 1997 was Wim Udenhout Surinames ambassadeur bij de OAS en in Washington (en mede geaccrediteerd in Canada, Mexico, Nicaragua). In 1995 werd hij de eerste Surinaamse ambassadeur op het Afrikaanse continent, geaccrediteerd in Ghana en in het Zuid-Afrika onder Nelson Mandela.

drs. André Brahim
Ook André Brahim ontmoette ik voor het eerst in 1978. Hij had toen de leiding over Billiton en stond voor de moeilijke opgave om in dat bedrijf meer Surinaamse invloed te bewerkstelligen zonder aan de kwaliteit van de productie afbreuk te doen. Zijn gaven op dat vlak maken van hem een van de topfiguren uit het Surinaamse bedrijfsleven die vaak in opdracht van de Surinaamse overheid ernstige problemen in het bedrijfsleven moet oplossen. Onder meer, in de afgelopen jaren, het voor de ondergang behoeden van de noodlijdende bananensector.

Professor dr. Anthony Caram
Tony Caram ontmoette ik omstreeks 1984. Hij was toen als econoom verbonden aan de Nederlandse Bank waar hij zich de grondbeginselen van evenwichtig bankieren eigen maakte. Hij werd daarna benoemd tot President van de Centrale Bank van Aruba. Na zijn pensionering aldaar werd hij de beoogde opvolger van de huidige president van de Surinaamse Centrale Bank, André Telting, maar dat ging uiteindelijk niet door. Nog niet wellicht. Tony Caram schreef in opdracht van de overheid het gedenkboek 50 jaar Centrale Bank van Suriname, een indrukwekkende verhandeling over het verloop van de monetaire politiek in Suriname.

Op 7 januari 2008 aanvaardde hij het bijzondere hoogleraarschap in het Geld-, Krediet en Bankwezen. De plechtigheid - waar ik met veel genoegen te gast was - vond plaats in de Centrumkerk in Paramaribo door het uitspreken van de inaugurele rede Een zoektocht naar het evenwichtige bankieren. Daarin bepleit hij onder meer om de kwetsbaarheid van het kleinschalige bankenbestel aan te passen aan de eisen die de globalisering nu eenmaal stelt aan ook het bancaire systeem. De leerstoel wordt gefinancierd door de Hakrinbank en maakt deel uit van het nieuwe Institute for Graduatie Studies and Research.

mr. Maureen Sarucco
Toen ik medio jaren negentig in Amsterdam met Maureen Sarucco ging samenwerken had ik niet veel dagen nodig om tot de vaststelling te komen dat zij een van de beste ambtenaren was die ik ooit had ontmoet. Haar verkiezing tot de overheidsmanager van het jaar 2007 kwam dus niet als een verrassing.

Maureen Sarucco vroeg mij indertijd om in de post-Van Traa periode (dus na de IRT-affaire die tot aftreden van Ed van Thijn en Ernst Hirsch Ballin leidde) met de 'methode Klinkers' het project te begeleiden dat moest uitmonden in een politiek-bestuurlijke strategie plus instrumentarium ter bestrijding van de (georganiseerde) criminaliteit in Amsterdam. Voor de goede orde: het doel was dus om naast de aanpak van de politie en het openbaar ministerie een eigen - door de gemeente zelf gedragen - visie en aanpak te ontwerpen om stap voor stap de (georganiseerde) criminaliteit te gaan bevechten. Het was een bijzonder project, niet in het minst door de manier waarop Maureen Sarucco leiding gaf aan een projectorganisatie van niet minder dan zestien personen. Werkend van buiten naar binnen en met een integrale aanpak, heeft Amsterdam stap voor stap het terrein dat criminelen in twintig jaar hadden bezet weer terugveroverd. Hier ziet u een deelschema van de probleem- en oorzaakanalyses van dat project.

ir. Marcel Meyer
Op een van mijn tochten naar Suriname ontmoette ik in het vliegtuig Marcel Meyer, voorzitter van de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB). Een bijzondere man, met het vermogen om ernstige zaken in te pakken in een onnavolgbare stroom humoristische observaties. Door de afwezigheid van een Sociaal Economische Raad speelt de VSB een belangrijke eigenstandige rol in het werkgeversoverleg met de Surinaamse overheid. Omdat die overheid van oudsher sterk leunt op de zogeheten parastatale bedrijven (dat zijn bedrijven die door de overheid gerund worden of sterk onder overheidsinvloed staan) is de verhouding tot de private sector niet altijd even gemakkelijk. Dankzij de diplomatieke gaven van Marcel Meyer, ondersteund door zijn directeur René van Essen, blijven de communicatieve lijnen tussen die sector en de overheid open. Dat is van niet gering belang nu per januari 2009 Suriname te maken krijgt met nieuwe regels inzake de internationale handelsbetrekkingen: de EPA, oftewel de Economic Partnership Agreements, de opvolger van het Cotonou Verdrag dat de handelsbetrekkingen van de ACP-landen met onder meer de Europese Unie regelde.

Robert Ameerali
Naast het eerder genoemde FHR Lim A Po Institute for Sociale Studies is de Surinaamse Kamer van Koophandel en Fabrieken (KKF), geleid door voorzitter Robert Ameerali, een bewonderenswaardige instelling. Net als Hans Lim A Po kent Robert Ameerali maar één kwaliteit en dat is topkwaliteit. Als je regelmatig te gast bent bij met name ministeriële departementen word je soms overvallen door een gevoel van moedeloosheid: afspraken worden niet nagekomen, ruimte om te werken is er niet, apparatuur is verouderd of doet het niet, de kantoren zijn sjofel en verwaarloosd. Maar als je de Kamer van Koophandel betreedt voel je je meteen thuis, net als in het Lim A Po-instituut en bij Conservation International. Alles werkt, ziet er verzorgd uit, toont het beeld van visie en daadkracht en afspraken worden nauwlettend nagekomen.
Waar Marcel Meyer het contact met de overheid onderhoudt met gevoel voor diplomatie zoekt Robert Ameerali de kracht in de scherpte van zijn analyse en de durf om die naar buiten te brengen. Onder meer met de studie naar de kansen en bedreigingen voor het midden- en kleinbedrijf die ik begin 2007 uitvoerde in opdracht van de Kamer, gefinancierd door de Interamerican Development Bank (IDB).

mr. Laetitia Griffith
Laetitia Griffith was een aantal jaren geleden cursist in een van mijn meerdaagse seminars beleidsanalyse voor het Rijksopleidingsinstituut. Als je een aantal jaren hebt opgetreden als docent in de postacademische sfeer vallen de talenten onmiddellijk op. Laetitia was/is er zo een. Ze heeft na een functie bij het ministerie van Justitie een tijd gewerkt onder de hoede van Arthur Docters van Leeuwen, werd daarna lid van de Tweede Kamer, bekleedde een paar jaar een wethouderschap in Amsterdam en zit nu weer in het parlement, waar ze als woordvoerder voor justitiële zaken opvalt met het scherpzinnige en bedachtzame analyses.

drs. Joyce Amarello-Williams
Tijdens een van mijn workshops bij het FHR Lim A Po Institute for Social Studies was Joyce Amarello een van de cursisten. Ze viel op door haar heldere analyse van de problematiek die wij daar onder handen hadden, te weten die van het Surinaamse verkeer en vervoer in het algemeen, en van het goederenvervoer in het bijzonder.

Het was dus geen verrassing dat ze enkele jaren later werd gevraagd om Minister van Arbeid, Technologische Ontwikkeling en Milieu (ATM) te worden. Geen geringe opgave als men weet dat een van de grootste problemen voor het verwerven van een gezonde Surinaamse economie is gelegen in de omstandigheid dat zo'n 50% uit informele economie bestaat. Het overhevelen van mensen die met 'hosselen' hun dagelijks brood verdienen naar reguliere arbeid, inclusief sociale zekerheden, is een buitengewoon moeilijke opgave. Daarin boekt deze minister al successen. Suriname is inmiddels het enige land in het Caraibische gebied met gedegen wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de informele economie en ontvangt daarvoor vanuit die regio de nodige complimenten. Met microfinanciering aan kleine ondernemers (zonder zakelijk onderpand) is het ministerie er in geslaagd een deel van de 'hosselaars' uit de informele sfeer te helpen waarna ze via een reguliere registratie ook in aanmerking komen voor training in het ondernemerschap.

Marlène Amelo, MBA
Tjdens de regering van Jules Wijdenbosch was Marlène Amelo directeur van het ministerie voor Transport, Communicatie en Toerisme. Sindsdien werkt ze als zelfstandig management consultant. Ik heb haar leren kennen als iemand die zeer bedreven is in de overdracht van kennis en vaardigheden op het punt van middel- en hoger management. Daarnaast beschikt ze over een uiterst empatisch vermogen om de gevoeligheden binnen de Surinaamse politiek en samenleving op waarde te schatten. Met veel genoegen heb ik met haar samengewerkt aan de studie die ik hierboven noemde bij de beschrijving van Robert Ameerali.

Zij bereidt momenteel een proefschrift voor over het onderwerp leiderschap in het bedrijfsleven in het Caraïbisch gebied. Behalve het leiderschap zelf en de gebruikte leiderschapsstijlen, zoekt zij ook naar de invloed die leiderschapsstijl heeft op de performance van de onderneming, zowel wat betreft financiële performance als andere organizational outcomes, zoals gedrag binnen de organisatie. Tevens wordt nagegegaan of in de bijzondere Surinaamse multicuturele samenleving de factor Cultuur invloed heeft op de leiderschapsstijl die wordt toegepast. Een ander aspect dat zij bekijkt is Employability, in haar woorden de 'inzetbaarheid'. De bedoeling is dat het resultaat van dat gedeelte van het onderzoek vergeleken wordt met soortgelijk onderzoek dat in een aantal Europese landen is gedaan. De promotieplechtigheid vindt plaats in de loop van 2009 aan de Maastricht School of Mangement/ Universiteit van Maastricht (MSM/UM).

Humphrey Bendt, MSc.
Ook Humphrey Bendt is net als Marlène Amelo een collega consultant. Zijn bedrijf is gespecialiseerd in het geven van trainingen op het gebied van bedrijfsopleidingen, veranderingstrajecten, organisatieontwikkeling, HRM-advisering, onderwijsvernieuwing, management- en leiderschapsthema’s, en individuele coaching van managers. Hij put daarbij uit een rijke ervaring als human resources manager bij Billiton, daarbij stevig gesteund door de Nederlandse Levina Schüller.

Humphrey Bendt is een van de Surinamers die naast zijn mens- en samenlevingsgericht ondernemerschap een scherp oog heeft voor hetgeen verbeterd zou kunnen worden binnen het politiek-bestuurlijk-ambtelijke bestel. In dat kader schrijft hij bijzonder scherpzinnige analyses in Surinaamse bladen.

Ronnie Antonius
Het zal niet merkwaardig aandoen dat de hierboven beschreven kwaliteiten van Frank Antonius ook zijn terug te vinden in zijn zoon Ronnie. Begonnen als health care consultant heeft deze, naast een functie aan de Anton de Kom universiteit, zijn consultancy-activiteiten langzaam uitgebreid tot andere beleidsvelden. Ook met hem was het bijzonder aangenaam samenwerken - met Marlène Amelo en Humphrey Bendt - aan de eerder genoemde studie voor de Kamer van Koophandel.

Ronnie Antonius is daarnaast sterk betrokken bij maatschappelijke vraagstukken en bekleedt in dat verband onder meer de functie van secretaris van het bestuur van de Stichting Lotjeshuis, een tehuis voor ondervoede kinderen.

Nico Waagmeester †
Een van Surinames meest ingetogen journalsiten was Nico Waagmeester. Helaas enkele maanden geleden overleden. Onder het pseudoniem Kabir de Visser schreef hij behartenswaardige columns in de Ware Tijd. Maar daarnaast was hij goed voor een onuitputtelijke stroom - doorgaans zeer uitvoerige - artikelen over de ontwikkeling van Suriname in het algemeen, en over de relationele/sociaal-economische verhoudingen in deze gecompliceerde gemeenschap in het bijzonder. Zijn Terugblik Suriname 2007 is daarvan een prachtig voorbeeld.

Stefan Ferrier, MSc.
Stefan Ferrier is een opkomend talent. Hij studeerde in mei 2006 af aan de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen van de Technische Universiteit Delft op het onderwerp Openbaar vervoer Paramaribo: Een netwerk en lijnennet ontwerp. Een zeer gedegen studie, die een solide basis kan vormen voor beleidsbeslissingen over de toekomstige opzet en invulling van het openbaar personenvervoer in groot-Paramaribo, alsmede over een betere verkeerscirculatie in het centrum van Paramaribo. Wie daar wel eens rondloopt kan zich voorstellen hoezeer de leefbaarheid, maar ook de economische ontwikkeling van het centrum, gebaat zal zijn met de uitvoering van zijn studie. Ondanks die maatschappelijke relevantie heeft het Surinaamse ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) nog geen kans gezien iets met de resultaten van dit document te doen.

Stefan Ferrier is een van de groeiende groep academici van Surinaamse herkomst die vastbesloten is zijn talenten voor 100% in te zetten voor de verdere ontwikkeling van de natiestaat Suriname. Na enige tijd voor (het Haagse) HTM-Consultancy in Israel te hebben gewerkt is hij weer naar Suriname teruggekeerd en werkt daar nu als civiel ingenieur in het Surinaamse bedrijfsleven.

mr. drs. Nicole Asin
Met in haar bagage een diploma Nederlands (privaat)recht, plus een postdoctorale studie financial management verzorgt Nicole Asin als programmacoördinator Suriname binnen IntEnt een buitengewoon interessant project dat het ondernemerschap in Suriname bevordert. Nederlanders, hetzij van Surinaamse afkomst of gewoon Nederlanders, die zich als ondernemer willen vestigen in Suriname worden door haar en haar collega's opgevangen in een strak programma waarin ze leren een businessplan te maken, dat plan te verdedigen tegenover een strenge commissie, waarna de overblijvers - onder haar deskundige leiding - een fact finding missie naar Suriname maken om tenslotte de finale beslissing te nemen om wel of niet de stap naar dat Surinaamse ondernemerschap te zetten. Het gaat hier niet om grote aantallen. Denk aan twee missies van maximaal tien personen per jaar. Maar toch, op deze manier ontvangt Suriname een gestage stroom nieuw kader, onmisbaar voor de verdere opbouw van de natiestaat.

Serena Does Msc.
Serena Does studeerde in 2008 cum laude af in de sociale en organisatiepsychologie aan de Universiteit Leiden en verwierf ter financiering van haar promotieonderzoek - als zogeheten Mozaïeklaureaat - een subsidie van niet minder dan € 180.000 van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Haar promotieonderzoek is gericht op het stimuleren van leden van meerderheidsgroepen (mannen en autochtone Nederlanders) voor het verbeteren van de positie van minderheden. Binnen ons multiculturele debat is dit een nog nauwelijks ontgonnen terrein. Het accent ligt nog steeds op de vraag hoe minderheden zich kunnen en moeten aanpassen aan de meerderheden. Dat het moet gaan om wederkerigheid - dus om het creëren van een wederzijds aanpassingsvermogen van autochtonen en allochtonen - is nog maar moeilijk bespreekbaar.