Bestuur en Beleid Vlaanderen Grensoverschrijdende samenwerking 2

Grensoverschrijdende samenwerking 2

door Leo Klinkers (29-03-08)

Inleiding
De verdergaande Europese eenwording roept een sterke regionale tegenreactie op. Ook in de grensstreek tussen Nederland en Vlaanderen. Het concept van de euregio's lijkt een nieuw leven in te gaan. Daarenboven zien we versterkte aandacht voor de mogelijkheden tot hechtere samenwerking binnen of buiten de euregionale context. Zo ook het initiatief van de provincie Limburg om samen met de Vlaamse en Duitse counterpart te doen onderzoeken of, en zo ja in welk opzicht nieuwe en verbeterde vormen van grensoverschrijdende samenwerking in de rede liggen. De achtergrond van dat initiatief is terug te voeren op een passage in de zogeheten Discussienota Remkes van mei 2006, waarin openingen worden gemaakt om op een onorthodoxe manier te kijken naar een nieuwe opzet van de nationale en grensoverschrijden bestuurlijke organisatie.

De Commissie Hermans
In mei 2007 verscheen het rapport De toekomst van Limburg ligt over de grens. Ingesteld door de provincie Limburg bracht de commissie rapport uit over de mogelijkheden tot versterking van het contact tussen beide Limburgen en de regio rond Aken, gezien vanuit het perspectief van de euregio als bruggenbouwer tussen de lidstaten, en vanuit de Lissabondoelen als economisch motief. Een citaat (p. 2):

"Limburg alleen is vanzelfsprekend te klein om als sterke regio te kunnen optreden en zou als ze niet grensoverschrijdend zou kunnen samenwerken, veel mogelijkheden onbenut laten. Slechts door crossnationaal samen te werken kunnen deze potenties maximaal worden benut. Een dergelijke samenwerking dient vanzelfsprekend van onderop en vanuit de regio zelf geïnitieerd en op gang gebracht te worden. In dit advies wordt gepleit voor een dergelijke benadering van onder af (bottom up) die de belangen van het gebied (het territoir) en de mensen (de burgers), waar de provincie Limburg zich politiek en bestuurlijk verantwoordelijk voor weet, voorop stelt. Er wordt gepleit voor een nieuwe strategie in de herpositionering van Limburg binnen een Europese regionale ruimte."

De commissie Hermans maakt vervolgens duidelijk dat het scheppen van de condities daarvoor een nationale zaak is. Daarbij gaat het met name om het slechten van de nationale verschillen op het vlak van beleid, regelgeving en financieringssystemen. Op provinciaal niveau ontbreken de bevoegdheden om tot grensoverschrijdende homogenisering te komen. Dus staat de nationale overheid hiervoor aan de lat. Ook waar het gaat om het verminderen van de bureaucratie en administratieve lasten die bij grensoverschriijdende samenwerking zwaar op de maag van de bestuurlijke drukte liggen.

De commissie concentreert zich op vier thema's: arbeidsmarkt en economie, onderwijs en kennis, zorg, verbindingen en infrastructuur. Om op die terreinen een versterkte vorm van samenwerking te realiseren stelt de commissie voor om een grensoverschrijdend samenwerkingsverband in het leven te roepen onder de benaming: de Euregio 8. Zij knipoogt daarmee naar de Holland 8, een groep van burgemeesters en Commissarissen van de Koningin in de Randstad die aan het kabinet bij Manifest hebben doen weten te pleiten voor één Randstadprovincie. De Euregio 8 zou dan bestaan uit de burgemeesters van Luik, Hasselt, Aken, Maastricht en de gouverneurs van Limburg (België), Limburg (Nederland), Luik en de regio Aken. Met als eerste taak het organiseren van een Euregionale Conventie, bij voorkeur ter gelegenheid van de eerstvolgende Tefaf kunstbeurs in maart 2008 in Maastricht, met het doel bij die gelegenheid de politieke toppen van de betrokken deel)lidstaten een grensoverschrijdende bestuurlijke intentieverklaring te laten tekenen. Deze doelen zijn nog niet gerealiseerd. De Tefaf is voorbijgegaan zonder een dergelijke Euregionale Conventie en bestuurlijke intentieverklaring.

De commissie Hermans heeft met de voorkeur voor de oprichting van een institutioneel orgaan dus gekozen voor structuursturing. We zullen moeten afwachten of vandaaruit de vereiste samenwerkingsprocessen daadwerkelijk van de grond komen. Kortheidshalve verwijs ik voor kennisname van de voorstellen op het vlak van de vier genoemde thema's naar het rapport zelf.

Reactie van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bij brief van 6 november 2007 geeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties antwoord op het rapport van de commissie Hermans. Zij is met de commissie van mening dat de betrokken nationale overheden een taak hebben om meer ruimte te geven aan grensoverschrijdende samenwerking. Dat ze daar zelf de schouders onder wil gaan zetten heeft ze al aangegeven in een brief van 18 september 2007 aan de Tweede Kamer, onder de titel Binnenlandse Bestuurskracht Europa. Omdat deze materie in alle grensregio's speelt wil ze zich in meer algemene zin met deze zaak gaan bezig houden, per geval maatwerk maken en dus geen prioritaire positie creëren voor Limburg. Met dien verstande dat ze in 2008 een stap vooruit gezet wil hebben. Tot dat doel kondigt ze een aantal bijeenkomsten in 2008 aan.