Bestuur en Beleid Vlaanderen Strategienota Nederland 1

Strategienota Nederland 1

door Leo Klinkers (3 februari 2008)

Een opmerkelijk initiatief: de Strategienota Nederland
De meeste Nederlanders en Vlamingen weten niet dat er tussen Nederland en Vlaanderen al vele vormen van samenwerking bestaan. Niet alleen op het terrein van politiek en bestuur, maar ook op het vlak van cultuur en economie. Bijlage 1 noemt er een paar en biedt verder een overzicht van bronnen met een doorkijkje naar de bestaande samenwerkingsverbanden.

Recente gebeurtenissen verschaffen een stevige voedingsbodem voor versterking en uitbreiding van die samenwerking. In oktober 2005 verraste de Vlaamse regering bij monde van haar Minister van Bestuurszaken, Buitenlands beleid, Media en Toerisme, Geert Bourgeois, haar noorderburen met de zogeheten Strategienota Nederland. Dit 183 pagina’s tellende document heeft tot doel een aanzienlijke versterking van de betrekkingen tussen beide landen en bevat een scherpzinnige analyse van de relaties tussen Vlaanderen en Nederland, een viertal strategische doelen, gevolgd door instrumenten en aanbevelingen voor concrete acties. Zie Bijlage 2 voor de strategische en operationele doelen.

Terzijde past de opmerking dat Vlaanderen dergelijke strategische nota’s ook wil maken voor de andere buurlanden. Nederland was de eerste.
De nota is opgezet vanuit een drietal basiskenmerken van de Vlaams-Nederlandse relaties.

Ten eerste bespreekt men de verwevenheid en complementariteit op ruimtelijk, taalkundig, cultureel en economisch gebied. Daarna volgt een exposé over concurrentie, waar het gaat om het aantrekken van buitenlandse investeringen en toeristen, concurrentie tussen de havens en tussen Vlaamse en Nederlandse ondernemingen op buitenlandse markten. Ten slotte wordt het verschil in bestuurscultuur en andere gezichtshoeken op tal van terreinen belicht. De politiek-bestuurlijke cultuur is historisch bepaald (maritiem en Angelsaksisch voor Nederland versus Europees-continentaal en eerder Latijns voor Vlaanderen); het Belgisch-Vlaamse systeem kent ministeriële kabinetten terwijl Nederland rechtstreeks met de ambtelijke dienst werkt; politiek-economisch sluit Nederland meer aan bij het Angelsaksische model dan Vlaanderen, waarbij Vlaanderen een groter voorbehoud maakt tegen sommige vormen van liberalisering en verzelfstandiging; stevige wrijvingen in bilaterale dossiers tussen de federale regering van België en Nederland (HSL-Zuid, IJzeren Rijn), terwijl een veel meer op samenwerking gerichte project- en procesorganisatie werd bereikt tussen Vlaanderen en Nederland waar het de Westerschelde betrof; niet gelijklopende belangen tussen België/Vlaanderen en Nederland in EU-verband (bijvoorbeeld op het vlak van financiële perspectieven 2007-2013, de dienstenrichtlijn van Bolkestein, de richtlijn op het gebied van de havendiensten en het dossier diensten van algemeen belang, het gebruik van het Nederlands in de Europese instellingen); en verschil van opvatting in multilaterale dossiers zoals bijvoorbeeld met betrekking tot de bescherming van de culturele diversiteit, een zaak die tot uiting komt in het kader van de liberaliseringonderhandelingen binnen de GATS waarbij Vlaanderen leunt naar het Franse beleid dat een sterke rol van de staat bepleit terwijl Nederland de vrijemarktprincipes vooropstelt.

Een onderwerp dat in de Strategienota Nederland met de nodige nadruk op de agenda is gezet betreft de relatie van Vlaanderen met de Benelux. In subtiele termen wordt gesteld dat de structuur van de Benelux zich niet meer goed verhoudt tot de staatkundige verhoudingen die na vier staatshervormingen in België vanaf 1970 zijn geëvolueerd. De federalisering van de staat, met zijn overdracht van bevoegdheden aan deelstaten zoals bijvoorbeeld Vlaanderen en Wallonië, lijkt, aldus de nota, niet in overeenstemming te zijn met de invloed die deze deelstaten (gewesten) binnen de Benelux eigenlijk toekomt. Vlaanderen heeft immers geen toegang tot het hoogste politieke niveau binnen de Benelux, te weten het overleg tussen de regeringsleiders. De deelstaten worden ook niet betrokken bij de voorbereiding van gezamenlijke memoranda die de Benelux richting Europese Commissie stuurt. Nu het Beneluxverdrag van 1960 in oktober 2010 gaat aflopen, is het voor Vlaanderen een gewichtige zaak om zich als vragende partij te mengen in de discussie over de structuur van de Benelux na 2010, tenminste als de Beneluxpartijen besluiten dat er na 2010 een vernieuwde Benelux wordt opgericht. Een verdrag dat andere doelen moet hebben dan het economische dat aan de voet van het Beneluxverdrag van 1960 lag. Immers, dat doel is door het succes van de EU inmiddels voorbijgestreefd.

Vernieuwing van de Strategienota Nederland
Eind 2007 is deze Strategienota Nederland door de Vlaamse regering geactualiseerd en door Minister Geert Bourgeois in januari 208 gepubliceerd onder de titel Tussentijds rapport i.v.m. de uitvoering van de Strategienota Nederland (VR/2008/18.1/Med. 04).

De actualisatie beschrijft uitvoerig welke vorderingen er zijn gemaakt sinds oktober 2005. Alle beleidsterreinen – onder meer in het kader van de Nederlandse Taalunie – passeren de revue: onderwijs en vorming, cultuur, jeugd, sport en media, economie, wetenschap en innovatie, internationaal Vlaanderen, toerisme, de Benelux, volksgezondheid, welzijn, leefmilieu, natuur en energie, mobiliteit en openbare werken, ruimtelijke ordening, woonbeleid,onroerend erfgoed, bestuurlijke zaken, informatie-uitwisseling en vele andere zaken. De ontwikkelingen sinds 2005 geven tevens aanleiding tot het opvoeren van nieuwe acties waarin de ‘moedernota’ van oktober 2005 nog niet voorzag.

Het is buiten kijf dat de komst van de Strategienota Nederland heeft gezorgd voor een opleving van de wederzijdse contacten. Meer dan in het verleden het geval was vinden ontmoetingen plaats tussen de ambtelijke toppen van beide regeringen, maar ook tussen journalisten en wetenschappers. Dat zijn belangrijke motoren voor het versterken van het voortgaande proces van samenwerking.

De civil society roert zich echter ook
Het is echter onjuist te veronderstellen dat initiatieven ter versterking van de samenwerking alleen van de kant van de overheid komen. Afgezien van het feit dat bijvoorbeeld in de context van de Nederlandse Taalunie vele niet-overheidsgebonden personen met elkaar verkeren, verdient een aparte vermelding de komst van het boek Nederlandse en Vlaamse Identiteit, het Civis Mundi Jaarboek 2006, onder redactie van Wim Couwenberg, emeritus hoogleraar staats- en administratiefrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dat boek bevat een negental artikelen van Vlaamse en Nederlandse auteurs over de culturele verbondenheid tussen Vlaanderen en Nederland, met accenten op verschillen in identiteit, culturele strevingen en politieke ambities. Het is net als de Strategienota Nederland een opmerkelijk document omdat het, geheel los van het streven van de Vlaamse regering tot aanhalen van de wederzijdse banden, in hetzelfde tijdsgewricht een zelfde signaal geeft vanuit de hoek van wetenschappers en publicisten.

Slot
Versterking van de betrekkingen is inmiddels een vast agendapunt in de besprekingen tussen beide minister-presidenten. Tot de zomer van 2007 betrof dat de relatie Balkenende-Leterme, sindsdien voert Jan Peter Balkende het gesprek met Leterme’s opvolger, Kris Peeters.
________________________________________
Bijlage 1  Samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland

Op het vlak van verkeer en vervoer
Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart: ingesteld in 1839 voor de nautische samenwerking (betonning, beloodsing enz.); vergadert in principe tweemaal per jaar met twee Nederlandse en twee Vlaamse commissarissen.

Technische Scheldecommissie (TSC): sinds 1948 het hoogste ambtelijke forum waarin Nederland en Vlaanderen (voorheen België) overleggen over allerlei technische kwesties rond het Schelde-estuarium, zoals het op diepte houden van de vaargeul. De TSC vergadert formeel twee keer per jaar met uitgebreide delegaties, maar tussendoor vinden er ook zogeheten mini-TSC's plaats, met beperkte bemensing. De TSC functioneert als het ambtelijke voorportaal van overleg tussen de Nederlandse en de Vlaamse bewindslieden en was opdrachtgever voor ProSes en voor ProSes 2010.

Vlaams-Nederlandse Bilaterale Maascommissie (VNBM): sinds 2005 opgestart ambtelijk overleg rond de problematiek van de Gemeenschappelijke Maas (vroeger ook Grensmaas geheten). De VNBM vergadert twee keer per jaar, afwisselend in Vlaams- en in Nederlands-Limburg, rond alle mogelijke problemen van hoog en laag water in de Gemeenschappelijke Maas (ook problemen ter zake in het Juliana- en in het Albertkanaal komen aan bod en er worden gemeenschappelijke interventies ten aanzien van het Waalse Gewest voorbereid, omdat Nederland het vaak erg moeilijk heeft met het maken van contacten daar).

Op 15 maart 2001 spraken de minister-president van Vlaanderen en de commissarissen van de koningin van Limburg, Noord-Brabant en Zeeland over de manier waarop hun overleg zou kunnen bijdragen aan de verbetering van de samenwerking in een aantal belangrijke gezamenlijke dossiers. In dit verband stonden zij ook stil bij de ontwikkelingen op Europees niveau, waarbij de regionale dimensie een steeds grotere rol zal spelen. In dat verband is aan de orde geweest: het bundelen van krachten voor de creatie van een grensregio voor meer innovatie en technologie, de toegevoegde waarde van samenwerking en het benutten van de regionale kwaliteiten van milieu en ruimte in het kader van een gewenste duurzame ontwikkeling. Essentiële onderdelen om dat te bereiken zijn een gebiedsgerichte en geïntegreerde bottom-up benadering, gedragen door alle participanten in de grensstreek.

Ten slotte Knelpunten aan de Zuid-Nederlandse grens. Dit belangrijke document van oktober 2003 brengt de knelpunten voor goede samenwerking in kaart. Het is ontworpen door het Zuid-Nederlands Grensoverleg, een overleg tussen de Nederlandse ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Economische Zaken en VROM, Benelux Economische Unie, Zuid-Nederlandse provincies en Nederlands-Belgische grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden. Het bevat een extensief overzicht van knelpunten die verbetering van de samenwerking op talloze beleidsterreinen hinderen.

Op cultureel gebied
Vijftien jaar geleden sloten Nederland en Vlaanderen het Vlaams-Nederlandse Cultureel Verdrag. De daaruit voortgekomen Commissie Cultureel Verdrag VL-NL (CVN), met een zetel in Brussel, laat op haar website zien hoe uitgebreid de samenwerking op dat gebied is.

Belgisch-Nederlandse samenwerking
Sinds 2000 zijn er drie Belgisch-Nederlandse conferenties geweest (Eindhoven, Charleroi, Den Haag), op initiatief van de wederzijdse ministeries van Buitenlandse Zaken. Een product daarvan is een Vademecum van de Belgisch-Nederlandse Samenwerking.

De NADIA-databank
NADIA is het Netwerk Archivering van Documenten m.b.t. Intergouvernementele en
Internationale Akten van de Vlaamse Overheid. In de databank zit een hele reeks verdragen en memoranda tussen Nederland en Vlaanderen, waaronder ook historische documenten, zoals het roemruchte Scheidingsverdrag van 1839. Klik hier voor een selectie van verdragen met Nederland of op de website voor een entree in NADIA zelf.
________________________________________
Bijlage 2 De strategie in beeld
Het zou te ver voeren om de inhoud van dit opmerkelijke document gedetailleerd te gaan beschrijven. De geïnteresseerde lezer wordt geadviseerd het documetn Strategienota Nederland te downloaden.

Om de interesse aan te wakkeren staat hieronder wel de structuur van vier strategische doelen, elk met hun operationele doelstellingen. De concrete acties die vervolgens aan die operationele doelen zijn gekoppeld zijn kortheidshalve buiten beschouwing gelaten, alsook de meetinstrumenten en -indicatoren waarmee de voortgang van de uitvoering van de acties wordt gemeten.

Strategische doelstelling 1: Wederzijds versterken van de dynamiek en de slagkracht van Vlaanderen en Nederland als één kerngebied in Europa door het intensiveren van de bilaterale samenwerking op die terreinen, waar complementaire relaties en/of gezamenlijke belangen bestaan.
Operationele doelstelling 1.1
Inspelend op de complementariteit tussen de Vlaamse en Nederlandse sterktes op een aantal terreinen streven naar een gezamenlijke strategie- en beleidsvorming, het opzetten of verder uitbouwen van gemeenschappelijke (beheers)structuren, alsook gezamenlijk en geïntegreerd optreden naar derde landen.
Operationele doelstelling 1.2
Streven naar meer beleidsafstemming door middel van het opzetten van een structurele ambtelijke en politieke dialoog inzake verschillende beleidsdomeinen.
Operationele doelstelling 1.3
Ontwikkelen en uitvoeren van bestaande en nieuwe gezamenlijke projecten en programma´s, verder uitbouwen van de samenwerking van operationele diensten en stimuleren van de samenwerking op decentraal niveau.
Operationele doelstelling 1.4
Om goed op de hoogte te blijven van beleidsontwikkelingen en van relevante informatie m.b.t. de verschillende beleidsdomeinen in Vlaanderen, respectievelijk Nederland, wordt grote aandacht besteed aan het systematisch uitwisselen van informatie en aan het wederzijds delen van kennis.

Strategische doelstelling 2: Consolidatie en versteviging van de positie van Vlaanderen als economisch en ecologisch duurzaam ruimtelijk-logistiek knooppunt in Europa door het optimaal benutten van de ruimtelijke en economische potenties, door het vrijwaren van de duurzame groeimogelijkheden voor de Vlaamse havens en door het optimaliseren van de verkeers- en vervoersverbindingen.
Operationele doelstelling 2.1
Versterken van de politieke en ambtelijke intern-Vlaamse en intern-Belgische afstemming rond de infrastructuren.
Operationele doelstelling 2.2
Met Nederland strategisch overleg voeren en ontwikkelen van gemeenschappelijke lange en halflange termijn-visies inzake het beleid en het beheer t.a.v. de Schelde en de Maas met het oog op het – waar mogelijk en wenselijk – realiseren en versterken van gemeenschappelijke beleids- en beheersstructuren.
Operationele doelstelling 2.3
Samen met Nederland – naargelang het geval – voorbereiden van en-of uitvoering geven aan diverse, specifieke projecten, die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verdere uitbouw van de logistieke centrumfunctie, die Vlaanderen – samen met Nederland – in Europa bekleedt.

Strategische doelstelling 3: Versterken van een positieve beeldvorming over Vlaanderen in Nederland en actief bewerken van de Nederlandse markt met het oog op het aantrekken van Nederlandse toeristen en investeringen naar Vlaanderen en met het oog op de consolidatie en versterking van het internationaal ondernemen van Vlaamse ondernemingen in Nederland, onder meer door het focussen op enkele kansrijke economische doelsectoren.
Operationele doelstelling 3.1
Inzake internationaal ondernemen maximaal uitspelen van Vlaamse sterktes door gericht en pro-actief te werken op een aantal in overleg met de Vlaamse economische spelers gedefinieerde kansrijke sectoren en thema´s, waaronder de ondersteuning van startende exporteurs.
Operationele doelstelling 3.2
Ontwikkelen van een coherente strategie voor het benaderen van potentiële Nederlandse investeerders door pro-actief te werken op enkele, specifieke sectoren en thema´s: chemie, ICT, Life sciences, logistiek en automotive.
Operationele doelstelling 3.3
Het nauwer aanhalen van de banden tussen het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen en de verschillende organisaties in het Nederlandse werkveld en – m.b.t. het aantrekken van Nederlandse bedrijven naar Vlaanderen – verdieping van de samenwerking van het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen met verschillende Nederlandse instanties.
Operationele doelstelling 3.4
Het versterken van de positieve beeldvorming over Vlaanderen in Nederland door het valoriseren van de expertise en het vakmanschap van Vlaanderen in verschillende beleidsdomeinen en dit actief in Nederland uit te dragen.

Strategische doelstelling 4: Waar mogelijk en wenselijk streven naar samenwerking bij de uitvoering en implementatie van Europese en multilaterale regelgeving, naar het innemen van gemeenschappelijke standpunten en naar het gezamenlijk wegen op de besluitvorming in de Europese Unie en in multilaterale fora.
Operationele doelstelling 4.1
Waar dit opportuun en mogelijk is, moeten we gezamenlijk tandpunten innemen inzake Europese en multilaterale dossiers om zo te wegen op de Europese en multilaterale besluitvorming.
Operationele doelstelling 4.2
Gezamenlijk bepalen van de strategisch/inhoudelijke prioriteiten en de structuren inzake het beheer voor de grensoverschrijdende programma´s in het kader van de Europese structuurfondsen na 2006.
Operationele doelstelling 4.3
Vastleggen en uitvoeren van een gezamenlijke strategie voor de verdragen inzake de Schelde en de Maas voor de internationale coördinatie bij de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water: doorzetten van het kwantitatief waterbeleid en samen verder bouwen op het acquis van de Verdragen Charleville/Mezieres.
Operationele doelstelling 4.4
Stimuleren van de Vlaams/Nederlandse samenwerking, mede in het kader van programma´s die in het bijzonder door de Europese Unie worden ontwikkeld en die kunnen worden ingezet bij het streven naar het realiseren van de doelstellingen geformuleerd in het kader van de Lissabonstrategie.

Deze doelen zijn voorzien van concrete acties en beslaan alle beleidsdomeinen.