Bestuur en Beleid Nederland Bevolkingsdaling Antwoord aan minister Rouvoet

Antwoord aan minister Rouvoet

door Leo Klinkers, Wim Derks en Peter Hovens (27-03-2008)
Kenniscentrum voor Bevolkingsdaling en Beleid

De realiteit van de bevolkingsdaling gezien vanuit gemeentelijk perspectief
Terwijl de groei van de bevolking voor het hele land nog een beetje doorgaat tot ongeveer 2030-2035, daalt de omvang van de bevolking al in een aantal regio's. Op een gemeentelijke schaal gezien is dit het beeld:

Prognose aantal krimpende gemeenten naar gemeentegrootte in de periode 2008-2025 (bron CBS/RPB)

Huidige gemeentegrootte Bevolkingsafname in
> 100.000 3 van de 28 gemeenten
50.000 - 100.000 19 van de 48 gemeenten
20.000 - 50.000 109 van de 179 gemeenten
< 20.000 139 van de 188 gemeenten
  Totaal   270  van de 443 gemeenten

Nota bene: in de jaren 2005, 2006 en 2007 had 46% van de Nederlandse gemeenten al te maken met daling van de omvang van de lokale gemeenschappen.

Minister Rouvoet
In februari 2008 kwam minister Rouvoet met een stelling in de trant van:
‘Er worden te weinig kinderen geboren. Dat is geen goede zaak. Als we het vrouwen gemakkelijker maken, nemen ze meer kinderen. Daar moeten we beleid op gaan voeren.’
Deze stellingname heeft twee aspecten: een politieke en een wetenschappelijke.

Politiek
De interventie van minister Rouvoet is een voorbeeld van een streven naar bevolkingspolitiek. Een politicus mag zelf bepalen of hij daaraan wil meedoen, maar het roept nare herinneringen op uit WOII. Hoe dat ook zij, voor het nemen van goede politieke besluiten zijn goede cijfers en feiten nodig. Die volgen hieronder, in one liners.

Wetenschap
Het gemiddeld aantal kinderen per vrouw is in Nederland 1,75.

Je hebt 2,1 kind per vrouw nodig (ter vervanging van zichzelf en een man) om een bevolking constant te houden.

Omdat we al ongeveer 35 jaren op 1,75 zitten daalt de omvang in een aantal delen van het land nu al, en gaat die voor het hele land dalen tussen 2030 en 2035.

Wil je die daling stoppen dan moet in de komende tien jaar het getal van 1,75 geleidelijk oplopen naar 2,1 en vervolgens op 2,1 blijven.

Een stijging van 1,75 naar 2,1 kind per vrouw is een stijging met een vijfde.

Per jaar worden op dit moment ongeveer 180.000 kinderen geboren.

Als het aantal kinderen per vrouw in de komende 10 jaar zou moeten gaan stijgen van 1,75 naar 2,1 dan betekent die stijging van een vijfde dat in de komende tien jaar geleidelijk een stijging naar 216.000 nodig is en dat er over tien jaar ongeveer 216.000 kinderen per jaar nodig zijn.

Dus bovenop het huidige aantal van 180.000 is een extra aantal kinderen nodig. Dat extra aantal moet in tien jaar oplopen naar jaarlijks 36.000.

De verwachting dat dit realiseerbaar is, indien politiek-maatschappelijk al wenselijk, is irreëel.

In landen waar ze bevolkingspolitiek voer(d)en zie je slechts een marginaal effect. Ook Frankrijk komt ondanks grote financiële tegemoetkomingen aan vrouwen niet boven de 2,0.

Waarom zou er in Nederland een verhoging van het aantal kinderen met een vijfde kunnen optreden, als over de hele wereld het aantal kinderen per vrouw daalt als gevolg van de stijging van de welvaart?

In welvarende landen die al vele jaren dalen onder de 2,1 is nergens een aanwijzing dat het aantal weer (substantieel) stijgt. Zie onderstaande tabel voor een overzicht van het vruchtbaarheidscijfer in diverse landen.

Nederland 1,7 Portugal 1,5
België 1,6 Spanje 1,3
Denemarken 1,7 VK 1,7
Duitsland 1,4  Zweden 1,7
Finland 1,7 Estland, Tsjechië, Hongarije 1,2
Frankrijk 2,0 Letland, Slovenië, Bulgarije 1,1
Griekenland 1,4 Polen, Slowakije, Roemenië 1,3
Ierland 1,9 Turkije 2,4
Italië 1,3 Marokko 2,6
Oostenrijk 1,4 Egypte 2,7

Bron: US Census Bureau 2008 

Het aantal kinderloze echtparen neemt toe en stijgt verder als gevolg van de ontplooiingsbehoefte van vrouwen en het uitstellen van het eerste kind, leidend tot onvrijwillige kinderloosheid.

Als Rouvoet zijn plannen zou doorzetten (vrouwen faciliteren om meer kinderen te nemen), dan zullen er heus wel een paar meer geboren worden, maar niet voldoende om er geleidelijk oplopend over tien jaar elk jaar 36.000 extra bij te krijgen.

Het effect van dat beleid is minimaal, los van de vraag of het politiek-maatschappelijk gewenst is.

Het is ook niet nodig. Althans niet vanuit het perspectief van de welvaart.

De welvaart neemt elk jaar toe – los van de omvang van de bevolking – met ongeveer 2% per hoofd van de bevolking.

Dat komt doordat welvaart wordt bepaald door arbeidsproductiviteit, die sinds de industriële revolutie van de 19e eeuw laat zien dat het afnemen van mensenarbeid wordt gecompenseerd door slimmere productietechnieken.

Deze getallen gelden bij een migratiesaldo van 0. Dat wil zeggen: als er net zoveel mensen uit Nederland vertrekken als binnenkomen.

Dan stabiliseert Nederland omstreeks 2035 op 17,4 miljoen.

De afgelopen jaren vertrokken er meer dan er kwamen; sinds 2008 komen er weer meer dan dat er vertrekken.

Hoe zich dat tussen nu en 2030-2035 ontwikkelt weten we niet, maar het CBS gaat uit van een migratiesaldo van nul tegen 2035. En omdat dan de natuurlijke aanwas negatief is daalt vanaf 2035 de totale omvang van de Nederlandse bevolking.

De vergrijzing gaat intussen gewoon door, nu de naoorlogse geboortegolf met ingang van 2011 de 65-jaar gaat passeren, ongeacht het aantal kinderen dat geboren wordt. Na 2038 wordt de vergrijzing weer minder.

Die vergrijzing kost zeer veel geld.

Kinderen kosten de eerste 25 jaar van hun leven geld. Zie onderstaande grafiek.

Kosten_ouderen_jongeren

Als de vergrijzing in de komende tientallen jaren (tot de top van 2038) een financieel probleem is, dan wordt dat probleem vergroot als er meer kinderen geboren worden, omdat die pas na de top van de vergrijzing economisch rendabel worden.

Asielzoekers hebben vaak een goede opleiding. Die kun je na een taalcursus al binnen een jaar economisch rendabel maken.

Ook wat dat betreft, los van de inhumanitaire aspecten, heeft het asielbeleid van de afgelopen twintig jaar gefaald om het toegestroomde intellectuele en ervaringskapitaal te benutten.

Wat zou minister Rouvoet wel moeten doen?

Wat hij voorstelt heet voluntaristisch beleid: ik zou zo graag willen dat …..

De cijfers en feiten laten zien dat dit een verkeerd spoor is.

Zijn denktrant hoort thuis in de politiek van de groei.

De krimp is echter al onder ons en neemt alleen maar toe.

Krimp is geen probleem. Er politiek verkeerd op reageren is een probleem.

Verzet plegen tegen een onafwendbare, maar op zichzelf helemaal niet problematische ontwikkeling, is zo’n verkeerde politieke reactie.

Hij zou andere politici het goede voorbeeld moeten geven: de politiek van de groei verruilen voor de politiek van de krimp.

Dat zou voorkomen dat menige gemeente zich stort in beleid om te groeien terwijl dat niet gaat lukken en de belastingbetaler op kosten jaagt.