Bestuur en Beleid Nederland Bevolkingsdaling Demografie en de Westerse cultuur

Demografie en de Westerse cultuur

door Peter Hovens

De meeste mensen die kennisnemen van het fenomeen ‘bevolkingsdaling’ maken zich zorgen over een achterblijvende economische groei of over een tekort aan handen aan het bed in een vergrijzende samenleving. In NRC Handelsblad van 28 juni 2007 voegen Ton Lutter en Wim de Kok1 daar nog een element aan toe, namelijk de teloorgang van de westerse cultuur2. Deze gedachtegang is echter op drijfzand gebouwd. Een dergelijke stelling is zelfs kwalijk te noemen.

Lutter en De Kok vrezen dat er een verschuiving zal plaatsvinden in de verhouding tussen het aantal christenen en het aantal moslims, ten gunste van de laatsten. Enerzijds door het algemeen lage vruchtbaarheidscijfer, anderzijds door de toenemende immigratie. De afname van het aantal geboorten wijten ze aan het gegeven dat sinds de jaren zestig van de vorige eeuw traditionele waarden onder druk staan. Ze pleiten in hun artikel voor een terugkeer naar de periode vóór die tijd. Daarin stond het gezin centraal, zetten de vrouwen een behoorlijk aantal kinderen op de wereld en zorgden zij thuis voor manlief en kroost. Om de samenleving aan te moedigen deze ‘vooruitgang naar het verleden’ vorm te geven, stellen zij een aantal maatregelen voor, zoals het invoeren van een kinderbonus, het dekken van de kosten voor kinderopvang en het verhogen van de kinderbijslag tot en met het derde kind ‘om excessen te voorkomen’3.

Verder vragen Lutter en De Kok het kabinet om het initiatief te nemen in het vergroten van deze bewustwording. Maar welke bewustwording is dat dan? Waarschijnlijk doelen ze op de islam-tsunami van Wilders, zonder dat overigens te durven zeggen.

Los van het demagogische karakter van hun opvatting geven de schrijvers er blijk van niet te begrijpen hoe de demografische realiteit in elkaar steekt. Het Nederlandse geboortecijfer ligt al sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw op 1,7 kind per vrouw. Om de bevolking op peil te houden (uitgaande van een migratiesaldo van nul) moet het geboortecijfer op 2,1 liggen. We zijn dus al zo’n vijfendertig jaar bezig om de bevolking te laten dalen. Die daling is jarenlang latent gebleven door enerzijds een toename van de gemiddelde leeftijd en anderzijds een positief migratiesaldo. Dat saldo is nu overigens sinds een jaar of drie negatief. Belangstellenden verwijs ik naar het Kenniiscentrum voor Bevolkingsdaling en Beleid.

Het lijkt uitgesloten dat een minister van Jeugd en Gezin in staat zal zijn om het geboortecijfer op te krikken. Los van de vraag of een minister van protestants-christelijke huize het klaarspeelt om de aloude rol van meneer pastoor op zich te nemen. Actief interveniëren in de samenleving om het geboortecijfer te verhogen is een heilloze weg. Andere landen, waaronder Frankrijk, hebben zich al eerder op het pad van de geboortepolitiek begeven, met marginaal resultaat. Het krijgen van weinig kinderen is nu eenmaal een welvaartsverschijnsel. Recentelijk heeft de Spaanse overheid besloten vrouwen € 2.500 te geven voor elk kind dat ze willen baren. Het geboortecijfer staat in Spanje op 1,4 kind per vrouw. Gelet op de resultaten van vergelijkbaar beleid in bijvoorbeeld Frankrijk, Duitsland en Rusland zal ook voor Spanje over enkele jaren duidelijk worden dat met dergelijke financiële bonussen op geen enkele manier de structurele bevolkingsdaling ongedaan kan worden gemaakt. Hoogstens zal die daling een fractie worden geremd.

Degenen die beseffen dat een bevolkingspolitiek gericht op het stimuleren van meer geboorten faalt, grijpen vervolgens graag naar de idee van massale immigratie. Maar die weg leidt evenmin tot het beoogde effect. We moeten immers begrijpen dat de bevolking ook in de ons omringende landen daalt. Er ontstaat daardoor concurrentie om de inwoners, die misschien meer kost dan dat zij oplevert. En iedereen wil natuurlijk de hoogopgeleide kennismigranten. Bovendien vraagt een structurele bevolkingsdaling om een structurele immigratiepolitiek; dat houd je als land nooit vol.

Kortom, we kunnen ons het beste aanpassen aan de realiteit van bevolkingsdaling en er verstandige politieke antwoorden op formuleren. De daling heeft weliswaar een structureel karakter, maar kent een geleidelijk verloop, waardoor excessieve maatregelen niet nodig zullen zijn. Toch moeten we ons realiseren dat de potentiële beroepsbevolking al vanaf volgend jaar (gemiddeld in Nederland) gaat dalen, terwijl de totale bevolking (alweer gemiddeld in Nederland) nog een jaar of vijfentwintig zal groeien. Het gaat op de arbeidsmarkt beslist knellen. De oplossing moeten we zoeken in meer innovatie en slimmere productietechnieken. Dat we daarnaast mensen uit het (verre) buitenland nodig zullen hebben, is niet uit te sluiten. Nodig, om het welvaartsniveau vast te houden of zelfs te laten groeien.

De bijdrage van de heren Lutter en De Kok snijdt in demografisch opzicht dus geen hout. Maar ook cultureel gezien slaan zij de plank mis. Als je alleen maar terugkijkt in de tijd zonder oog te hebben voor de maatschappelijke ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan en zonder enige notie van trends die voor de toekomst belangrijk zijn, dan is dat kortzichtig. In dit verband verwijs ik graag naar de column van Jan Blokker als reactie op het hier besproken artikel4. Blokker veegt daarin met beide heren stevig de vloer aan door een treffende vergelijking te maken met de vroegere angst van de protestanten voor de zich almaar voortplantende katholieken. Die angst is onterecht gebleken.
Verder kan ik de heren geruststellen met de mededeling dat het kindertal bij allochtone vrouwen daalt en dat deze trend langzaam maar zeker toegroeit naar het autochtoon gemiddelde.

Tot slot nog dit. We zullen in onze multiculturele samenleving moeten toegroeien naar wat Putnam noemt ‘gekoppelde identiteiten’: identiteiten die voorheen gescheiden etnische groepen in staat stellen om zichzelf te zien als leden van een grotere groep met een gedeelde identiteit5. Dat gaat alleen lukken als we in het vervolg de ‘mijn-en-dijn-verhalen’ achterwege laten.


1 De schrijvers zijn lid van de partijdelegatie van CDA Zuid-Holland.
2 Voor het gemak schakelen ze de westerse cultuur gelijk met de joods-christelijke cultuur.
3 Dit wil overigens niet zeggen dat het geven van financiële tegemoetkomingen aan gezinnen met kinderen om redenen van bijvoorbeeld koopkracht onwenselijk zou zijn.
4 Jan Blokker, ‘Ton, Wim en het einde van Johannes XXIII’, NRC Handelsblad, 29 juni 2007.
5 Robert Putnam, ‘De prijs van immigratie: door grote verschillen kruipen mensen in hun schulp’, NRC Handelsblad, 30 juni 2007.