Trilogie Vanaf 2001 heeft Leo Klinkers de 'methode Klinkers' vastgelegd in een drietal boeken.
image Trilogie
blank

Bevolkingsdaling

Antwoord aan minister Rouvoet

door Leo Klinkers, Wim Derks en Peter Hovens (27-03-2008)
Kenniscentrum voor Bevolkingsdaling en Beleid

De realiteit van de bevolkingsdaling gezien vanuit gemeentelijk perspectief
Terwijl de groei van de bevolking voor het hele land nog een beetje doorgaat tot ongeveer 2030-2035, daalt de omvang van de bevolking al in een aantal regio's. Op een gemeentelijke schaal gezien is dit het beeld:

Prognose aantal krimpende gemeenten naar gemeentegrootte in de periode 2008-2025 (bron CBS/RPB)

Huidige gemeentegrootte Bevolkingsafname in
> 100.000 3 van de 28 gemeenten
50.000 - 100.000 19 van de 48 gemeenten
20.000 - 50.000 109 van de 179 gemeenten
< 20.000 139 van de 188 gemeenten
  Totaal   270  van de 443 gemeenten

Nota bene: in de jaren 2005, 2006 en 2007 had 46% van de Nederlandse gemeenten al te maken met daling van de omvang van de lokale gemeenschappen.

Minister Rouvoet
In februari 2008 kwam minister Rouvoet met een stelling in de trant van:
‘Er worden te weinig kinderen geboren. Dat is geen goede zaak. Als we het vrouwen gemakkelijker maken, nemen ze meer kinderen. Daar moeten we beleid op gaan voeren.’
Deze stellingname heeft twee aspecten: een politieke en een wetenschappelijke.

Lees meer...

De arbeidsmarkt in het licht van bevolkingsdaling

door Peter Hovens

Inleiding
Dit stuk wil de aandacht vestigen op bevolkingsdaling als een onderbelicht aspect van de (regionale) arbeidsmarkt.

Sinds het rapport Structurele bevolkingsdaling, Een urgente nieuwe invalshoek voor beleidsmakers, staat het verschijnsel van een krimpende bevolking stevig op de politieke agenda.1 Deze studie toont niet alleen aan dat het een onafwendbare ontwikkeling is, maar maakt tegelijkertijd duidelijk welke maatschappelijke gevolgen dat met zich mee kan brengen. De schrijvers - Derks, Klinkers en ondergetekende - laten met feiten en argumenten zien dat politieke gezagsdragers niet achterover kunnen leunen, maar actief aan de slag moeten met het formuleren van beleid in een krimpsituatie: we gaan van de politiek van de groei naar de politiek van de krimp.

De discussies die daarna zijn gevoerd, de studies, rapporten en commentaren, die achtereenvolgens zijn verschenen, gingen vooral over ruimtelijke aspecten, zoals woningbouw en infrastructuur. Vreemd genoeg is de aandacht voor de gevolgen voor de arbeidsmarkt wat achter gebleven. Dat is temeer vreemd, omdat de krimp van de potentiële beroepsbevolking (15-64 jaar) gemiddeld in heel Nederland vanaf 2011 gaat inzetten. Dat is dus al over drie jaar, terwijl de krimp van die categorie Nederlanders al in meer dan de helft van de regio’s in ons land aan de gang is. Onderstaande figuur laat de historische ontwikkeling van de omvang van de potentiële beroepsbevolking zien, alsmede de prognose. Een belangrijke verklaring voor de te verwachten daling van de leeftijdscategorie, die de arbeidskrachten levert, ligt in het gegeven dat de babyboomgeneratie wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd de arbeidsmarkt gaat verlaten.

Lees meer...

Demografie en de Westerse cultuur

door Peter Hovens

De meeste mensen die kennisnemen van het fenomeen ‘bevolkingsdaling’ maken zich zorgen over een achterblijvende economische groei of over een tekort aan handen aan het bed in een vergrijzende samenleving. In NRC Handelsblad van 28 juni 2007 voegen Ton Lutter en Wim de Kok1 daar nog een element aan toe, namelijk de teloorgang van de westerse cultuur2. Deze gedachtegang is echter op drijfzand gebouwd. Een dergelijke stelling is zelfs kwalijk te noemen.

Lees meer...

Bevolkingsdaling en gemeentelijke herindeling

door Leo Klinkers (2 februari 2008)

Inleiding
Sinds de komst van de Wet gemeenschappelijke regelingen in 1950 is er discussie over de bestuurlijke organisatie van ons land. Deze wet introduceerde het fenomeen van gemeenschappelijke regelingen tussen gemeenten, tussen gemeenten en provincies en tussen provincies. Met name de eerste figuur, de intergemeentelijke samenwerking, is goed voor een doorlopend debat over de vraag of ons land gediend is met een zogeheten vierde bestuurslaag. Daartegen is altijd veel verzet geweest, vooral vanuit de gemeenten, omdat een dergelijke laag de neiging heeft te knabbelen aan de autonomie van gemeenten. De bestaande Wgr-regio's zijn daarom organisaties die op basis van vrijwilligheid opereren, zonder bevoegdheidsoverdracht van gemeenten naar een regionaal bestuur. Op die regel vormen acht1 regio's een uitzondering. Die hebben de status van WgrPlus-regio: aan dergelijke organen hebben gemeenten bevoegdheden overgedragen waardoor die op bepaalde onderwerpen finale besluitvormende bevoegdheden hebben.

Lees meer...

Europees arbeidsmigratiebeleid

door Leo Klinkers

Vanaf de jaren tachtig staat het beleid voor immigranten in het kader van asielbeleid. In dat soort beleid is de enige vraag die telt: is het een legale of een illegale immigrant? Wat voor soort kennis die persoon in huis heeft, legt geen gewicht in de schaal van de beoordeling of hij welkom is of niet. Dat gaat nu heel langzaam een heel klein beetje veranderen. Misschien.

Eerst een omschrijving. Een kennismigrant is een hoogopgeleid persoon uit een land buiten de Europese Unie (EU) die men graag binnen de Unie aan het werk zou willen zien. Het kennismigratiebeleid is dus het beleid dat beoogt om de toestroom van hoogopgeleiden van buiten de EU te verleiden naar ons toe te komen. Dat gaat niet van een leien dakje. Omdat immigratie – en dat geldt voor alle lidstaten van de EU – wordt beheerst door het denken in termen van asielbeleid, zijn alle procedures en soorten mensen die binnen die procedures werken, gericht op ‘niet welkom, tenzij’.

Lees meer...

Meer artikelen...

Pagina 1 van 2

Start
Vorige
1